home Header Image
home Header Image
Naamloos document

Ongewenst gezelschap

6 juli 2012

"Hier is het, denk ik", zeg ik terwijl ik door Haralds raam kijk naar een brede openstaande poort met het opschrift Garage ernaast. "Er staat nog een camper." We draaien de oprit op en rijden langzaam door de poort een groot grasterrein op. Behalve de camper staan er een paar Peruaanse tourbusjes en auto's en een paar kleine gebouwtjes. Om het terrein staat en hoge stenen muur. Naast de poort zit een oud Peruaans vrouwtje tussen twee tentjes aardappels te schillen. We zwaaien naar haar en ze zwaait terug en gebaart ons dat we door kunnen rijden. Een forse, westers uitziende vrouw loopt op ons af en zwaait enthousiast. Ik draai het raam open en ze begint gelijk in het Duits tegen me en vertelt dat het prima kamperen is. We stappen uit en ik vraag haar of ze ook Engels spreekt. "Nee, alleen Duits. Geen Engels en ook nauwelijks Spaans", antwoordt ze, waarna ze weer in rap Duits doorpraat. Ze somt de voordelen van deze plek op: het is er veilig, het is er rustig, het is goedkoop, vlakbij het centrale plein van Ollantaytambo en vlak bij de Inca ruïnes. Dit is eigenlijk de enige plek hier waar je kan kamperen, hoewel je ook op het parkeerterrein van de ruïnes kan staan, maar dat wordt niet afgesloten en is dus minder veilig, ratelt ze vrolijk verder in het Duits. Haar man, een beer van een kerel, komt tevoorschijn uit de camper en komt ook naar ons toe. "Manfred", stelt hij zich voor met een ferme handdruk. Hoe zijn vrouw heet krijgen we niet te horen. Ook hij zegt dat dit een prima plek is om te kamperen. Ik vraag of er toiletten zijn. Volgens Manfred is er een statoilet, maar geen douches. "Hebben wij niet nodig, wij hebben douche en toilet in de camper. Als jullie willen mogen jullie gebruik maken van onze douche", zegt hij, vanzelfsprekend ook in het Duits. "En dit is de enige veilige plek om te kamperen", herhaalt hij nog maar eens. In onze GPS hebben we een waypoint staan van een hotel waar je zou kunnen kamperen, dat zouden we nog kunnen checken. Maar ach, dit is een prima plek, we hebben wat gezelschap en misschien komen de aardige Zwitsers ook nog. De Duitsers ratelen nog even door in het Duits, vaak door elkaar, waardoor het nog lastiger te verstaan wordt. "We gaan de auto wegzetten", zegt Harald even later. We stappen in de auto. "Het lijkt wel alsof ze al dagen, weken geen andere mensen hebben gezien om mee te praten, zo veel praten ze", zeg ik. "Ja, en ze gaan er ook maar gewoon van uit dat we Duits verstaan en spreken", zegt Harald."Ha Hollanders; die kunnen wel Duits, zullen ze wel gedacht hebben." "En dan zo snel praten en nog door elkaar ook. Vermoeiende types", concludeer ik. We parkeren de auto een stukje bij de Duitsers vandaan en lopen snel het dorp in, voordat ze weer tegen ons beginnen te kletsen.

OllanyatamboIn het dorp kopen we een ijsje, lopen het toeristische, maar gezellige centrale plein rond en ontdekken een bakkerij/lunchroom met heerlijk chocolate-chip cookies, kopen wat groenten op de markt en kijken naar de laatste twee sets van de halve finale van Wimbledon, Federer tegen Djokovic, in een hip loungecafe. Het is al donker en koud als we op de 'camping' terug komen en we duiken gelijk de auto in om te koken. Even later horen we een auto het terrein oprijden. We kijken naar buiten. "Volgens mij zijn het de Zwitsers", zegt Harald enthousiast. De auto parkeert vlak naast ons en dan zien we dat het inderdaad de groene Mercedes bus is van Heiri en Laura. Zij is Schotse van geboorte en hij is Zwitser en ze wonen al jaren in Zwitserland. Ze zijn ver in de zestig, nog heel fit en actief en zijn voor ongeveer 1,5 jaar op pad in Zuid-Amerika. We kennen ze van de camping in Cusco, waar we een paar ochtenden en avonden gezellig met ze hebben zitten babbelen in het Engels. We stappen uit om ze te verwelkomen en staan gelijk weer een half uur met ze te kletsen, voordat we onze camper weer induiken om verder te koken.

De volgende ochtend, als we buiten zitten te ontbijten komen de Duitsers een praatje maken. Ze vertellen dat ze vandaag naar een grote markt gaan, in een plaatsje 17 km verderop. "Zijn jullier hier vanavond ook nog?" vragen ze. We antwoorden dat we dat nog niet weten. "Onze plannen veranderen continu dus we zijn gestopt met plannen", antwoordt Harald. "We gaan vandaag de Incaruïnes hier bekijken en zien wel of we daarna vertrekken of nog een nachtje blijven." De Duitsers vertrekken en wij rommelen wat in en om de auto. Laura en Heiri komen een uurtje later uit hun bus zetten en weer raken we in gesprek met ze. We spreken af dat we vanavond samen ergens uit eten gaan en staan nog te kletsen als de Duitsers aan het eind van de ochtend alweer terug komen van de markt. De Duitsers voegen zich bij ons, stellen zich voor aan Laura en Heiri en vragen weer of wij en zij er vanavond nog zijn. Ze hebben heel veel vlees ingekocht op de markt en nodigen ons allemaal uit voor een BBQ vanavond. We twijfelen, zeggen dat het vanavond misschien wat te koud is voor een BBQ. "We beginnen gewoon vroeg", werpt Manfred tegen en toont ons een plastic zak met enorme lappen vlees. "Genoeg voor ons allemaal!", dringt hij aan. Nou ja, vooruit dan maar. "Ik was liever met de Zwitsers uit eten gegaan", zeg ik als we even later naar de ruïnes lopen.

's Middags bekijken we op ons gemak de mooie Inca ruïnes, die net buiten het dorp op een berg liggen. Incaruines bij Allanyatambo Incaruines bij Ollanyatambo 2

Nadat we de ruïnes bekeken hebben doen we nog wat inkopen op de markt. Om 5 uur zijn we allemaal paraat voor de BBQ. Manfred heeft de kolen al branden in een vuurkorf annex BBQ, Laura legt de laatste hand aan een salade en wij zetten een bord vers gemaakte guacamole met nachochips op tafel. Als we allemaal zitten wil het gesprek eerst niet erg op gang komen, totdat Manfred het eerste vlees op de BBQ gelegd heeft en zijn aandacht op ons richt. Hij blijft staan, want heeft geen zitvlees, zegt hij. En ondertussen maar lullen! Zijn verhalen zijn - voor zover ik het kan verstaan - best onderhoudend, maar de rest van het gezelschap krijgt weinig kans om ook wat te vertellen en ik krijg kramp in mijn nek van het opkijken naar Manfred. Naarmate de tijd verstrijkt krijg ik het ondanks mijn vele lagen kleren toch een beetje koud, maar het vlees is nog niet op en Manfred vertelt steeds enthousiaster en onverstaanbaarder zijn verhalen. Na een tijdje luister ik amper meer naar hem en doe slechts alsof. Af en toe knijp ik er even tussen uit om in de auto op te warmen en me af te zonderen. "We misten je al", zegt Manfred als ik terug kom, na in de auto even lekker rustig een paar bladzijden in mijn boek te hebben gelezen. "Het is te koud", verontschuldig ik me. "Ik heb me even opgewarmd in de auto." "We zijn toe aan de ananas", zegt Harald ter indicatie dat het eind in zicht is. De ananas is het toetje. Van de Venezolaanse reiziger Raul, die op de camping in Cusco een BBQ organiseerde (en die met vriendin en een bevriend stel in een waanzinnig grote camper met 2 fietsen en 2 motoren erop rondreist) hebben we geleerd dat ananas heel goed op de BBQ kan. Je schilt hem en smeert hem in met honing, legt hem dan een tijdje op de BBQ en snijd dan een dunne laag ananas rondom af. Die stukken bestrooi je met kaneel en dan heb je echt een heerlijk toetje. De overgebleven ananas smeer je weer in met honing en gaat weer op de BBQ voor de volgende ronde en zo ga je door tot hij op is. De ananas is heerlijk, hierdoor hou ik het wel weer even een half uurtje uit. Laura en Heiri zeggen vervolgens dat ze naar bed gaan omdat ze de volgende dag met de trein van 6.30 uur naar Machu Picchu gaan. "En wij gaan de warmte in onze auto opzoeken", zegt Harald. "Ik heb nog vlees over, dus we moeten morgen nogmaals barbecuen", stelt Manfred voordat we weg kunnen lopen. "Wij vertrekken morgenochtend", reageer ik resoluut, waarna Manfred zich op de Zwitsers richt. "Hoe laat komen jullie terug uit Machu Picchu?" vraagt hij. "Dan zorg ik dat ik het vlees klaar heb voor jullie." Zijn gezicht betrekt als Laura vertelt dat ze pas tegen 9 uur terug zullen zijn, dat vindt hij wel wat laat.

De volgende ochtend wassen we af, pakken we in en als we klaar zijn om te vertrekken, maken we nog een kort praatje met de Duitsers. Ze informeren naar onze route en wij zeggen dat we zo snel mogelijk Brazilië in gaan en dan richting Buenos Aires gaan, omdat we over een maand terug naar Nederland vliegen. "Wij gaan ook Brazilië in, maar we doen het wat rustiger aan dan jullie", reageert Manfred. 'Gelukkig maar', denk ik bij mezelf. "Misschien reizen we wel samen met de Zwitsers naar en door Brazilië", zegt hij dan. We nemen afscheid en rijden weg. "Die arme Laura en Heiri!", roep ik uit zodra we in de auto zitten. Niet alleen vanavond moeten ze zien te ontkomen aan de opdringerige gezelligheid van die Duitsers, maar ook de komende dagen!" "Nou, ik denk dat ze hen wel duidelijk maken dat ze daar geen zin in hebben", antwoordt Harald. "Denk je dat dat ze lukt?" reageer ik. "Daar zijn ze veel te beleefd en aardig voor, ben ik bang." "Heiri misschien wel, maar ik denk dat Laura het ze uiteindelijk wel duidelijk maakt", zegt Harald. "Gelukkig zijn wij nu van ze af", zeg ik opgelucht. "Want hoewel het over het algemeen met alle reizigers met eigen camper die we tegen komen klikt, hoe oud of jong ze ook zijn en uit welk land ze ook komen, heel soms kom je toch een paar exemplaren tegen die niet leuk zijn. En deze Duitsers waren zulke exemplaren!"

 

Uiteraard waren we benieuwd of en hoe Laura en Heiri de Duitsers af weten te poeieren. Hieronder een mail die we een paar dagen later van ze ontvingen:

The weather at Machu Picchu was mixed but mostly dry and the clouds gave the scenery a mystic atmosphere. It was a good day and we finished up in Aguas Calientes in a restaurant eating and watching the Wimbledon Final on TV (exciting when a Scot and a Swiss are playing!) before taking the train back to Ollantaytambo. A torchlight shone on us as we walked in the gate at the campsite and Manfred shouted that “our” meat was ready for us. We firmly refused to eat but out of politeness joined them for a while. During the conversation we were INFORMED that they would travel with us to Porto Velho in Brasil and cross from there into Bolivia. You can imagine our feelings - maybe the shockwaves even reached you. I told them in a friendly but clear way that we prefer to travel independently, without compromises, although we are always very happy to meet up with people we know when our paths cross. In the morning they were all packed up and ready to leave and we suspected (rightly as it proved) that they planned on travelling with us anyway. They said they had decided to go to Cusco after all so we gave them the GPS coordinates and detailed directions to the campsite in Cusco as we were going to the Maras Salinas and Moray first. They went there too. They left Moray before us but were waiting for us at the first crossroad and drove convoy on our tail to the campsite. In the meantime we have decided to go to Tres Cruces before we head of for Brasil. They don’t know this. We don’t know how the Saga will end but we hope to get away tomorrow without any unpleasantness.