home Header Image
home Header Image
Naamloos document

Coca kauwen tussen machtige pieken en Incaruïnes

30 juni 2012

Om 6 uur 's ochtends worden we gewekt door onze Peruaanse gids. "Goodmorning, I have Monya tea for you." Ik kom overeind met slaapzak en al en rits de tent een stukje open om twee kEerste kamp Incatrailoppen thee aan te kunnen pakken. Terwijl ik af en toe van mijn thee nip, kleed ik me aan, rol mijn slaapzak op, vouw mijn dekbed op (jazeker! Wij zullen het niet koud krijgen hier op 3200 meter en hoger!), laat mijn matje leeglopen, rol het matje van het tourbedrijf (jazeker; twee matjes! Wij zullen lekker zacht liggen, deze dagen!) op en stop wat spullen in mijn dagrugzakje. De rest laat ik voor Harald liggen die de grote rugzakt inpakt, die een drager voor ons zal dragen (jazeker; een drager! De Incatrail is zonder bepakking al zwaar genoeg!). Ik stap de tent uit en was mijn gezicht met het warme water uit het teiltje dat voor onze tent is neergezet. We kunnen dan wel vier dagen niet douchen, maar wel elk ochtend en voor de lunch ons gezicht en handen wassen met heerlijk warm water.

Na het ontbijt dat bestaat uit pap (jak!), witte broodjes, omelet en jam hijsen we onze dagrugzakjes op de rug en gaan op pad. Ik ben een beetje gespannen, want vandaag, de tweede dag van de Inca trail, wordt een zware dag: eerst 1300 meter klimmen - zo'n 5 uur - naar een pas op 4300 meter hoogte en vervolgens 600 meter afdalen over steile treden. Mijn conditie is niet al te best heb ik gemerkt toen we een week geleden in de Colca Canyon zijn afgedaald. Dat was 1100 meter afdalen op dag 1 en ook weer 1100 meter klimmen op dag 2 en vooral dat laatste viel niet mee. Tegen het eind moest ik elke 5 minuten even uithijgen en elk kwartier even zitten om bij te komen. En de hoogte hier maakt het nog zwaarder, omdat je minder zuurstof hebt! 'Nou ja, heel rustig aan maar en verder niet nadenken. Gewoon de ene voet voor de andere zetten en we zien wel! En ik heb cocabladeren in mijn zak om op te kauwen, hopelijk helpt dat', denk ik bij mezelf. 'Zal ik nu meteen al nemen of wacht ik tot het zwaar wordt? Ach, laat ik ze meteen maar nemen, ik weet eigenlijk niet hoe snel het gaat werken.' Ik pak een stuk of tien cocablaadjes uit mijn zak en stop ze een voor een in mijn mond. Op elk blaadje kauw ik een paar keer - het smaakt nergens naar - en duw hem dan met mijn tong in mijn wang, precies zoals de gids gisteren heeft uitgelegd. Zo ontstaat er een prop in je wang waar je af en toe op zuigt en dan het speeksel doorslikt. Door cocabladeren te kauwen voel je geen (of in ieder geval minder) vermoeidheid, honger of pijn, zo wordt gezegd. 'Nou, ik ben benieuwd wat ik ervan merk.' Van cocabladeren wordt immers ook cocaine gemaakt, dus ik hoop dat ik geen hallucinaties krijg, ofzo. Ze zeggen wel van niet, maar wie weet hoe ik erop reageer.....

 

  • Bekijk hier het filmpje van cocakauwende Mar
  •  

    We verlaten de kampeerplek en het pad begint gelijk te stijgen, maar nog niet al te steil gelukkig. Ik zuig het speeksel uit Tredes op tijdens de Incatrail mijn wang en slik het door. 'Hmmm, nu smaakt het een beetje bitter, niet echt lekker, maar ook niet echt vies.' Het pad voert ons door een stukje jungle-achtig landschap. We lopen tussen met mos, bromelia's en lianen begroeide bomen en varens door en kruisen af een toe een stroompje water. Na een klein uur lopen, wordt de begroeiing minder uitbundig. We hebben nu weer uitzicht op de imposante bergen om ons heen, waarvan enkele op de top met sneeuw bedekt zijn. Het pad gaat hier steiler omhoog, af en toe met wat tredes. "Effe wat rustiger aan nu", zeg ik tegen Harald die er nog steeds stevig de pas in heeft, "anders trek ik het niet!" "Helpt de coca een beetje", vraagt Harald die zelf geen enkele moeite heeft met de steilte en de hoogte. "Tja, eigenlijk geen idee", antwoord ik. "Ik merk er nog weinig van geloof ik. Ik ben nog steeds snel buiten adem, in elk geval." Voor ons houden Zweedse Lena en Jonas en de Deense Tobias, onze groepsgenoten, de pas er nog flink in, maar ik ga een stuk langzamer lopen, net als Peruaans-Amerikaanse Lisie en haar Amerikaanse man Chuck, de andere groepsgenoten. De leeftijd van de groep ligt tussen 20 en eind 40 en het zijn heel verschillende types, maar het klikt goed tussen iedereen, wat erg prettig is.

    Het klimmen is nu echt begonnen, het pad gaat continu omhoog, niet heel erg steil, maar steil genoeg om het zwaar te maken en buiten adem te raken als ik het niet echt rustig aan doe. Hoe hoger we komen, hoe minder begroeiing we om ons heen zien en hoe rotsiger, ruiger en onherbergzamer het landschap er uitziet. De kleine huizen die we eerst nog op verschillende plekken op de route zagen, zijn hier sporadisch aanwezig. Hoewel het lopen best zwaar is, geniet ik van het landschap en Even uitrusten onderwegde prachtige uitzichten om me heen. De kopgroep Lena, Jonas en Tobias, stopt regelmatig om even te zitten en te rusten en blijven zitten tot de rest van onze groep er ook is en wij allemaal uitgerust zijn. Da's heel gezellig. Uiteraard zijn we niet de enige groep die de trail lopen. Er zijn tientallen groepen onderweg, grote groepen van wel 20 mensen en kleine groepjes van 2 mensen, allemaal met gids, kok en dragers, want je kan deze trail alleen lopen als je een tourtje boekt. Er zijn zodoende meer dragers dan wandelaars die de trail lopen, want de tenten, matrasjes, kook/eettent, krukjes om op te zitten, pannen, voedsel voor 4 dagen enzovoorts moeten allemaal omhoog gesjouwd worden. De dragers lopen met enorme rugzakken en pakken op hun rug (maximaal 25 kilo, want meer mogen ze - wettelijk bepaald - niet dragen) in flinke pas de berg op. Maar ondanks alle dragers en wandelaars (maximaal 500 personen per dag worden op de trail toegelaten), is het niet continu file lopen. Soms lopen we achter een andere groep en soms worden we ingehaald door een groep, maar regelmatig zien we andere groepen alleen op een afstand van ons de berg op klimmen.

    Steile klim tijdens Inca trailHet laatste uur klimmen is het zwaarst. We klimmen over stenen tredes behoorlijk steil omhoog. Nu moet ik toch regelmatig een paar minuten stoppen om op adem te komen, maar ik voel nog geen vermoeidheid in de benen. Ik heb het idee dat die cocabladeren wat dat betreft wel helpen. Honger voel ik ook niet, ook door het cocakauwen? Voor ons zien we een lange, kleurige slinger van mensen tegen de berg op kruipen naar de pas. Het allerlaatste stukje is echt super steil met hele hoge tredes, waardoor je diep door de knieën moet om de trede op te stappen. "Poe hé, dit is echt zwaar!' hijg ik. We horen nu regelmatig gejuich, geschreeuw en geklap. De mensen die de pas al bereikt hebben moedigen andere mensen aan en juichen als hun groepsgenoten ook boven aan komen. Ook Lena Jonas en Tobias moedigen ons aan en klappen voor ons als we er zijn. "Zo, gehaald!" zeg ik, terwijl ik de cocamassa uit mijn wang haal en weg gooi. Die is nu niet meer nodig lijkt me. "Dat viel me eigenlijk best mee. Het was zwaar maar goed te doen." We blijven zeker een uur op de pas. We rusten De dead womans pass Incatrailuit, eten wat, maken uitgebreid foto's en genieten van het geweldige uitzicht alle kanten op. Ik zou hier uren kunnen blijven zitten, maar de gids maant ons om door te gaan en dus gaan we met zijn allen weer op pad. De lunch wacht op ons in het kamp, maar dat is nog twee uur lopen. Aan de andere kant van de pas dalen we meteen weer heel steil af over behoorlijk hoge stenen tredes. Weer moeten we diep door de knieën om van de ene trede op de andere te stappen. Nu merk ik toch wel dat mijn benen moe en wat stram zijn, want het gaat minder soepel dan gedacht. Ook begint nu een beetje honger te knagen. Op zich niet gek want het is nu half 1 terwijl al om half 7 hebben ontbeten en een kleine vijf uur gelopen hebben. Ik begin te geloven dat die cocabladeren toch wel effect hebben gehad tijdens de klim. Maar die laatste twee uur afdalen doe ik toch maar gewoon puur natuur, zonder coca. De omgeving is nog steeds ruig en kaal. Wat een geweldig landschap om doorheen te lopen!

    Afdalen Inca TrailDe hele weg naar het kamp beneden in de vallei bestaat uit stenen traptredes en mijn benen voelen steeds zwaarder aan. Ik ben blij als we bij het kamp aankomen en de gids ons naar onze tenten leidt. Dit keer is het geen klein kamp voor onze groep alleen, zoals afgelopen nacht, maar een heel groot kamp, waar talloze groepen koepeltentje aan koepeltentje staan. Tussen de koepeltentjes, in groen, blauw of grijs, staan de kook/eettenten in groen of blauw met een tafel en krukjes eromheen. Elk groepskamp ziet er hetzelfde uit, alleen het aantal tentjes en het model van de tentjes varieert nog enigszins. Helaas blijkt ons groepskamp helemaal beneden in dit kamp en moeten we nog een heleboel tredes omlaag lopen. 'Dat hebben wij weer', denk ik bij mezelf. De gids wijst onderweg waar de wc's zijn, uiteraard alleen Kamp 2 Inca Trailstatoiletten, maar het ziet er minder vies uit dan het statoilet van afgelopen nacht. Bij ons kamp aangekomen, blijken we het laatste kampje te zijn en hebben daardoor vrij uitzicht op de vallei onder ons en de machtige bergen aan de overkant van de vallei. Dat is dan wel weer het voordeel! De dragers hebben onze tentjes al opgezet en onze rugzakken al in de tenten gelegd. Ook het kook/eettentje staat al. "Over een half uur is de lunch klaar", informeert de gids ons. Ik gooi mijn dagrugzakje af en laat me naast Lena op de rand van het terras, waarop ons kampement opgezet is, door de benen zakken. Schoenen en sokken uit en de benen laten bungelen over de rand van het terras. Dat voelt prettig! "Ik ben toch wel redelijk kapot", zeg ik tegen Harald. "Maar ik vind het absoluut alle vermoeidheid waard!"

    Incaruine dag 3 Inca TrailDe volgende dag voert de trail ons weer door prachtige, afwisselende landschappen. We lopen door kale, weinig begroeide rotslandschappen, door weelderig begroeide, vochtige dalen met varens, lianen en bloemen, door een enkele in de rotsen uitgehakte grot en via uitzichtpunten met weidse uitzichten. Als bonus ligt er ook nog een aantal kleine Incaruïnes langs de route, die weer op uitermate mooie plekken in het landschap liggen. Die Inca's streefden als geen ander volk de triple-L-regel na, zo constateren we: lokatie, lokatie, lokatie. De route stijgt en daalt minder heftig dan de dag ervoor, maar we moeten toch drie keer een paar honderd meter klimmen en dalen en door de lengte van de route (16 km) zijn we aan het eind van de dag weer goed moe.

    De vierde en laatste dag begint vroeg. Om half 4 worden we wakker gemaakt. "Welke idioot heeft dit tourtje geboekt, eigenlijk?" kreunt Har als hij wakker wordt gemaakt. Waarom we zo belachelijk vroeg op moeten, is ons tot nu toe niet geheel duidelijk. Sinds enkele jaren mag je het kamp niet verlaten voordat het licht aan het worden is. Daardoor moeten we een uur in het donker en in de rij samen met alle tourgroepen wachten bij het controlepunt op de rand van het kamp. De gidsen brachten het leuk: "Als je zorgt vooraan in de rij te staan, kan je als een van eersten bij de Sungate (uitzichtspunt waarvandaan je je eerste blik op Machu Picchu kan werpen) zijn. Maar, aangezien iedereen ongeveer even laat start, is dat slechts voor een enkele hardloper weggelegd. En hardlopers zijn wij geen van allen, zo is de afgelopen dagen gebleken. Wij hebben het sterke vermoeden dat de terloops toegevoegde zin: "en de dragers moeten de eerste (waarschijnlijk goedkoopste?) trein terug naar Cusco halen, dus moeten op tijd op pad", de belangrijkste reden is dat we om half 4 uit ons warme nest gejaagd worden. Ons lijf lijkt te protesteren tegen dit vroege opstaan, want we hebben allebei last van diarree. Of is dat een protest van ons lijf tegen de ongelooflijk vieze statoiletten, waar door het gebrek aan afvalbakken het gebruikte wc papier rondom het toilet ligt (want wc papier mag je hier, net als overal in Zuid-Amerika, niet door wc spoelen)? Geplaagd door darmkrampen lopen we de anderhalf uur naar de Sungate. Gelukkig gaat het pad slechts licht op en neer, maar we lopen wel in een vrij hoog tempo. Als we samen met nog zo'n 100 wandelaars bij de Sungate op Machu Picchu neerkijken, voel ik me teleurgesteld. De zon is al lang op, maar zit nog achter de berg en schijnt nog niet op de ruïne. Machu Picchu ligt diep onder ons in de schaduw en lijkt klein en onbeduidend. Harald is wel enthousiast. "Na vier dagen afzien kijken we nu Uitzicht op Machu Pichudan eindelijk neer op Machu Picchu!" roept hij uit. "Dit is een van de wereldwonderen, wij staan er gewoon naar te kijken, da's toch ongelooflijk!" Maar door het vroege opstaan, het in het donker wachten, de diarree en het tegenvallende uitzicht is mijn humeur 200% gezakt ten opzichte van de voorgaande dagen. We gaan er maar even bij zitten, rusten 20 minuten uit en ik zie dat de zon langzaam richting Machu Picchu kruipt. "Volgens mij is het uitzicht hier veel mooier als de zon op de ruïnes schijnt", zeg ik. "En het uitzicht verderop, bij de wachttoren recht boven Machu Picchu is ook veel mooier denk ik. Laten we rustig daarheen slenteren." Dat doen we en als we bij de wachttoren aankomen, zet de laagstaande ochtendzon de ruïnes, die nu aan onze voeten liggen, in een gouden licht. "Zo vind ik het wel een indrukwekkend en mooi gezicht", zeg ik, een stuk blijer dan een half uurtje geleden.

    Bouwwerk in Machu PichuGelukkig kunnen we voordat we met de groep en gids Machu Picchu gaan bekijken naar de wc en dat lucht erg op! Daarna sjouwen we twee uur lang achter de gids aan door Machu Picchu, trap op, trap af. Gelukkig kunnen we regelmatig zitten als de gids weer wat interessante feiten toelicht, want zowel Har als ik hebben erg weinig energie en nog steeds last van buikkrampen. We raken steeds meer onder de indruk van de bouwkunst van de Inca's. Het is allemaal ongelooflijk doordacht en geavanceerd gebouwd, zeker als je je bedenkt dat ze geen machines hadden in die tijd. Ze maakten ook geen gebruik van het wiel (dat kenden ze niet) of paarden. Alleen lama's en mensen, die deden het werk. Rotsblokken van een paar meter breed en hoog zijn precies pas op elkaar gestapeld. Ongelofelijk dat die Inca's dit allemaal op deze afgelegen plek hebben kunnen bouwen!

    Na afloop van de rondleiding nemen we afscheid van iedereen, want de rest gaat Machu Picchuvanmiddag terug naar Cusco terwijl Harald en ik nog een extra hotelovernachting hebben geboekt in Machu Picchu Pueblo, zodat we op ons gemak zelf nog wat door de ruïnes kunnen struinen. Dat zelf struinen doen we echter maar beperkt want daar hebben we de energie niet voor. Toch brengen we nog een paar uur in Machu Picchu door, waarvan drie kwartier op een bankje in de schaduw met mooi uitzicht over een groot deel van de ruïnes. "Dat was weer een hoogtepunt van onze reis", zegt Harald. "Inderdaad. Ik ben toch wel heel blij dat we de Inca Trail geboekt hebben", zeg ik. "En geen enkele spierpijn, blijkbaar zijn we toch wel getraind geraakt. Het was lastig dat we de trail al maanden van te voren moesten boeken, en het was best zwaar, maar absoluut alle vermoeidheid en buikkrampen waard!"