home Header Image
home Header Image
Naamloos document

On the move again

3 februari 2012

Om vijf uur in de middag nemen we hartelijk afscheid van een in zwarte pantalon en wit overhemd geklede, flink bezwete Francisco Weber. HiHarald en Francisco Weber in de haven van BAj is dan wel 66, maar hij werkt nog hard. Als het nodig is om de klant de beste service te bieden neemt hij het breekijzer ter hand omdat de havenmensen hem niet snel genoeg zijn met het weghalen van de houten balken in de container achter de wielen van onze auto. En trekt hij een sprintje, rent voor onze auto uit om ons de weg te wijzen naar de scanner. Want - als we snel zijn - kunnen we voor de rij wachtende vrachtauto's daar doorheen, omdat de voorste vrachtwagenchauffeur nog een stempel ergens aan het halen is of zoiets. Francisco werkt al ruim 40 jaar in de haven van Buenos Aires, weet de weg en heeft vele vrienden onder de havenwerkers en douanebeambten. En daar profiteren wij van. Bijvoorbeeld als een van zijn vrienden hem tipt dat we even voor kunnen pikken bij de scanner, waar de auto doorheen moet om te kijken of we geen verboden waren het land in smokkelen. Francisco weet precies bij welk kantoortje welke stempel gehaald moet worden en in welke volgorde. Daardoor verlaten wij de haven sneller dan de twee jongens die met een andere agent hun auto's komen halen. Zij hebben trouwens hun auto's niet in een container verscheept en eenHarald en Francisco bij de container met onze auto van de wagens heeft een flinke deuk opgelopen tijdens de verscheping. Ook zijn wij vele malen sneller dan de Zwitser die zelf alle haven- en douaneformaliteiten regelt. Hij spreekt perfect Spaans maar hij is al drie dagen van hot naar her aan het rennen en denkt vandaag dan toch zijn auto de haven uit te kunnen rijden. Door Francisco in te huren doen we er maar drie uur over en kunnen wij - tot onze opluchting - toch vrijdag aan het eind van de middag de auto de haven uitrijden. Even dreigde het pas maandag te gaan lukken, zogenaamd door de wolkbreuk van woensdagavond, waardoor het lossen een flink aantal uren vetraging op liep en niet woensdagavond maar donderdagmiddag werd afgerond. Geen probleem, kunnen we mooi onze auto vrijdag ophalen, dachten wij. En inderdaad, het was ook geen probleem, tenminste als wij bereid waren 80 US dollar extra te betalen. "Corruption, ja sicher", bevestigde Francisco onze vermoedens. "Wir sind in Sud-Amerika', voegde hij er veelbetekenend aan toe.

"Vielen Dank, muchas gracias!", roepen we nogmaals door het open autoraampje naar Francisco. Zijn vader was Duits en hoewel hij hier is geboren, spreekt hij heel goed Duits. Hij vindt het ook leuk dat hij met ons Duits kan praten en voor ons is dat een stuk makkelijker dan als wij Spaans moeten spreken. Want ook al hebben we twee cursussen Spaans gevolgd, het valt nog niet mee om ons verstaanbaar te maken. Zeker niet zodra het meer is dan een brood en groenten kopen, maar het meer richting een echt gesprek gaat. Verstaan gaat iets beter, maar als ze - aangemoedigd door ons enthousiaste knikken - echt op stoom komen met hun verhaal dan haken wij toch vaak af.

"Op naar de delta, op naar Tigre", zeg ik. "Volgens de GPS is dat maar een half uurtje rijden. Zullen we nog een camping bellen om een plekje te reserveren?" "Welnee", antwoordt Har, "er zijn meerdere campings zei je. Dat komt wel goed." We rijden langs ons appartementje, gooien alle spullen in de auto en sluiten aan in de file de stad uit op de breedste weg ter wereld. Tenminste, dat wordt gezegd. De weg (Avenida 9 de Julio) heeft 18 rijbanen, en dat middenin de stad! En als het erg druk is, dan maken de Portenos er zó een paar rijstroken bij door gewoonweg de strepen tussen de banen te negeren. Metertje voor metertje sukkelen we de stad uit. "En dan te bedenken dat het vakantieperiode is, dus minder druk dan anders." "Zo halen we Tigre nooit voor zonsondergang." En inderdaad, als om acht uur de zon ondergaat, zijn wij nog een stukje verwijderd van Tigre. Twintig minuten later rijden we in het donker door Tigre. We volgen de route die de GPS aangeeft en die ons naar een camping moet leiden. "Hier langs het water en dan de volgende rechts en meteen weer links", zeg ik. Als we rechts afslaan komen we op een onverharde weg met wat rommelige bebouwing. "Hier houdt de weg op en ik kan hier ook niet naar links", merkt Har op. En inderdaad, recht voor ons is water, rechts ook en links staat een hek met daarachter een of ander bedrijventerrein. "Hmmmm", zeg ik, "ik kan eigenlijk ook geen andere weg naar die camping vinden. Maar hier niet zo ver vandaan is nog een recreo/camping, laten we die dan maar proberen." Vijf minuten later rijden we door een donkere buurt met armoedige huisjes en niet veel later loopt de weg waar de GPS ons in stuurt weer dood bij het water. "Ik zie hier toch ook geen pontje of zo", zegt Harald. Samen bestuderen we de GPS. "Volgens mij gaan er helemaal geen wegen naar die camping", merkt Harald op. "Kijk maar, deze streepjes zijn allemaal waterlopen, geen wegen en voor de rest is het helemaal zwart, dus is er verder niets" "Dat zou natuurlijk best kunnen, Tigre ligt immers aan de rand van een delta, waar geen wegen lopen. Eens even kijken hoe dat met die andere campings zit dan." Ik zoek nog twee campings op in de GPS. "Shit, ook deze liggen in de delta en zijn over de weg niet bereikbaar. Misschien kunnen we beter een hotelletje nemen. Het is al negen uur." "He nee, ik wil nu eindelijk wel weer eens in de camper slapen. Zoek nog eens even verder, er staan toch nog meer campings in?" Even later heb ik toch een camping gevonden die aan de goede kant van het water lijkt te liggen. We rijden erheen en aan het eind van een donkere weg, vlak voor de rivier, zien we een hek met een bord 'Camping'. Het hek zit dicht en ik stap uit. Achter het hek komt een grote hond luid blaffend aanrennen, met nog twee andere honden in zijn kielzog. Op het hek zit een hangslot en ik zie weinig licht achter het hek. Ik loop terug naar de auto. "Het ziet er nogal gesloten uit, maar misschien moet je even toeteren", zeg ik. "Die honden maken anders genoeg kabaal", zegt Harald. "We wachten nog wel even. Even kijken of er nog iemand komt." Niet veel later komt een oude vrouw aanlopen. Ik stap snel weer uit en leg met mijn liefste glimlach en mijn gebrekkige Spaans uit dat we graag een nachtje willen kamperen. Dat blijkt geen probleem. Tot onze verrassing staan er nog twee soortgelijke auto's op het campinkje: zes Fransen met een Landrover met twee danktenten en een 4x4 pick up met camper opbouw. We parkeren onze auto naast hun auto's en slaan dan meteen aan het koken, want we hebben inmiddels flinke honger. "Dat is tóch weer goed gekomen, al was het wel een beetje stressen", merk ik op als we even later zitten te eten. "Ja, de eerste dag op weg op een nieuw continent en dan gelijk al in het donker rijden. Dat was weer echt op zijn Har en Mar's", concludeert Harald.

(De volgende dag, als we - net als heel Buenos Aires, het is immers zomer en weekend dus dan trekken veel inwoners van BA de stad uit - een boottochtje door de delta maken, ontdekken we hoe dat zit met die onbereikbare campings. Aan verschillende rivieren liggen zogenaamde 'Recreo's aan het water. Grote terreinen met parasollen, ligbedden, picknicksets, barbecues, vissteigers, voetbal- en volleybalveldjes, restaurants en een camping. Je kan hier komen met de vele boten die door de delta varen.)