home Header Image
home Header Image
Naamloos document

19 maart 2012

Carretera Austral

Van Chile Chico, een Chileens dorpje net over de grens bij Los Antiguos, waar we in een appel- en perenboomgaard (uitkijken voor vallende appels en peren!) hebben gekampeerd, pakken we de onverharde weg hoog boven Lago General Carrera, een enorm, ijsblauw meer. Als we het dorp uitrijden zien we de sporen van een wegbarricade: zwart geblakerd, deels weggesmolten asfalt, half verbrande autobanden die in de kant van de weg liggen en spandoeken langs de weg. Naast de weg staat ook een half open, provisorisch in elkaar getimmerde houten bouwval, waarin een paar mannen, rondom een vuurtje in een ton, zitten. We zwaaien naar ze en ze zwaaien terug. "Zelfs in zo'n gehucht als Chile Chico, ver van de provinciestad Coyhaique, zijn dus barricades en demonstraties blijkbaar", zeg ik.

Voor we de grens over staken hadden we al gehoord over de wegblokkades en de demonstraties, soms gepaard met vechtpartijen, in de regio rondom de stad Coyhaique. De bewoners in het zuiden van Chili zijn ontevreden over de hoge prijzen van basis levensbehoeften als levensmiddelen, hout en benzine. Ze willen dat de regering daar wat aan doet, aangezien die de mensen ooit heeft aangespoord om zich in dit afgelegen gebied te vestigen. Daarom werpen ze wegversperringen op en demonstreren ze al weken. Over het algemeen gaat het er rustig aan toe en volgens diverse mensen die we gesproken hebben is de ergste onrust nu even voorbij, al kan die elk moment weer oplaaien. We hopen dat dat niet gebeurt de komende dagen...

Lago General CarreraDe weg daalt en stijgt langs het meer. De zon breekt af en toe door de wolken en kleurt het water dan nog feller blauw. Aan de overkant van het meer zien we de donkere silhouetten van hoge bergen met besneeuwde toppen. De weg is niet al te slecht en brengt ons naar Ruta 7, ofwel de Carretera Austral. De Carretera Austral is populair bij reizigers vanwege zijn ruigheid, de mooie landschappen waar hij doorheen voert en omdat het een mooi alternatief is voor de saaie Ruta 40 in Argentinië. De weg is 1200 kilometer lang en de enige weg die het midden van Chili met het, daarvoor ontoegankelijke, zuiden van Chili verbindt. Hoewel het een belangrijke hoofdweg is, zijn grote delen nog onverhard en smal.

Na een dagje rijden over onverharde, niet al te beste maar ook niet heel slechte wegen, langs prachtig gekleurde meren met zo'n beetje alle tinten blauw die je kan bedenken, zien we vlak voor het dorpje Rio Tranquilo een bordje 'Camping & excurciones Catedral Marmol' staan. We willen de marmergrotten graag bekijken en de camping ligt op een mooie plek, aan een groot meer. Twee vliegen in een klap denken we, dus we rijden de inrit in. De oprijlaan van de camping is een Camping bij Rio Tranquillosmal, behoorlijk steil en hobbelig weggetje met haarspelden die ons naar een prachtig gelegen klein huis en enkele campingplekken voert, die in een groene oase liggen, boven op de rotsen, vlak boven het meer. Enorme populieren steken hun takken met geel geworden bladeren - het is immers herfst - hoog de lucht in. De andere bomen, iets minder hoog, zijn diep donker groen, terwijl de breed uitgegroeide bamboestruiken, ook geen kleintjes trouwens, licht groen tussen de bomen staan. De struiken met de dieprode rozenbottels voegen wat kleur aan het groene geheel toe. En tussen al dit groene geweld zijn een paar open plekken gecreëerd begroeid met gras, die dienst kunnen doen als kampeerplekken, enkele met uitzicht over het meer.

Harald met campingpoesWe zijn zo gecharmeerd van de plek dat we de simpele voorzieningen - alleen latrine toiletten en een picknickset - voor lief nemen. Zeker als de eigenaar zegt dat we gratis mogen staan omdat we bij hem het boottochtje naar de marmergrot gaan doen. Tevreden gaan we lekker in de zon zitten, genieten van het mooie uitzicht en spelen wat met een heel klein, erg schattig uitziend poesje, dat zelfs Harald weet over te halen haar op zijn schoot toe te staan! De rest van de avond is het poesje niet meer van onze zijde af te slaan, loopt continue voor onze voeten en klimt op onze schoot en miauwt aan een stuk door - hoog, klagend - zeker als we halverwege de avond vanwege de kou in onze auto verdwijnen. Ze klimt dan op onze auto, kijkt ons aan door de voorruit, duwt haar poot tegen de ruit en blijft maar mauwen. Maar ja, we laten haar toch echt niet in de auto.

Marmergrot in Rio TranquilloDe volgende ochtend varen we naar de marmergrotten. Het klotsende water van het meer heeft (volgens onze gids in 30 miljoen jaar) een labyrint van gangen en gaten uitgeschuurd in twee rotseilanden die in het meer liggen. De twee rotseilanden zijn daardoor op een flink aantal sierlijke, slanke pilaren in het water komen te staan. We varen met het kleine bootje tussen de pilaren en door de gangen onder de rotsen door. Het bootje past er soms maar net doorheen. Een van de pilaren is zo smal en rank dat we ons af vragen wanneer het hier gaat instorten. Dat gaat vast en zeker een keer gebeuren en je zal er dan maar net onderdoor varen!

Na het bezoek aan de marmergrotten rijden we naar Rio Tranquilo voor wat inkopen. We kopen er brood, eieren en tomaten. Meer verse groenten hebben ze niet in het enige winkeltje van het dorp. Ja uien, aardappelen en wat groenten in blik en dat is het dan. Verse groenten eten ze hier nauwelijks. Na het inkopen doen worden we aangesproken door een Oostenrijks stel, dat nieuwsgierig is hoe we hier met een Nederlandse auto terecht zijn gekomen. Er volgt een heel gesprek in het Duits. Wat Harald prima af gaat, terwijl ik - ondanks dat ik er eindexamen in gedaan heb op het VWO - vaak niet verder kom dan wat woorden en halve zinnen. We praten een tijdje en Har krijgt complimenten voor zijn goede Duits.

Als we de provinciale hoofdstad Coyhaique naderen krijgen we weer asfalt onder de wielen. Toch wel lekker, even niet zo hobbelen! In Coyhaique doen we boodschappen bij de grote supermarkt, waar we ook het Oostenrijkse stel weer zien. De schappen staan vol, verse groenten in overvloed en een enorme drukte in de winkel, helemaal bij de verse groenten en vlees. We hebben het vermoeden dat de winkel net bevoorraad is na een tijd zonder aanvoer van verse produkten, vanwege de wegblokkades. Als we de winkel uitkomen zijn alle rolluiken al dicht en moeten we door de parkeergarage de winkel uit. Buiten hangt een dreigende sfeer. Groepen mensen staan rond de winkel en zwaaien met vlaggen en spandoeken. Gelukkig staat de auto vlakbij en we rijden snel de stad uit. Toch maar niet gratis internetten op 't stadsplein!

wegblokkadeDe volgende dag stuiten we bij een klein dorpje niet ver van Coyhaique op een roadblock. Er liggen boomstammen en autobanden op de weg en die staan in de fik. Een dikke wolk zwarte rook stijgt op en waait onze kant op. Een klein stukje weg is nog vrij maar een grote ton en een oranje pilon blokkeren daar de weg. Op de weg is met zeildoek een tent gemaakt en daar zitten de actievoerders bij een vuur. Als wij bij de barricade stoppen komt een van hen, een jonge kerel, naar ons toe geslenterd. Als hij vlak bij is draait Harald zijn raampje open. Rustig en vriendelijk deelt de jongeman ons mee dat we er over een uur, om 12 uur precies, door mogen. Zonder verdere uitleg of discussie, draait hij zich om en loopt weer rustig weg, terug naar de tent. Aan de andere kant van de weg staat een rijtje auto's stil voor de ton. De chauffeurs en passagiers zitten gelaten in de auto te wachten. Het gaat er allemaal zo rustig aan toe, dat we er een beetje om moeten lachen. "Zou dit nu effect hebben", vraag ik. "Als ze het lang genoeg vol houden wel, waarschijnlijk", antwoordt Harald. "En ze houden vrachtwagens wel dagen tegen, volgens mij, dus het is toch wel vervelend voor de mensen hier." "Wel prettig dat wij erdoor mogen", zeg ik. Omdat we geen zin hebben om in de dikke zwarte rookwolk te staan wachten, rijden we terug naar het dorpje. Als we in het dorpje parkeren worden we in zeer zacht Nederlands aangesproken door een Belgische dame. Een gesprekje volgt en als haar Franstalige man zich in het gesprek mengt en hij zijn vrouw als tolk laat fungeren gaat Har over in het Frans. Lekker dan, dat spreek ik al helemaal niet, denk ik. Hij ontvangt complimenten voor zijn Frans en dan blijkt de man toch meer Nederlands te kunnen spreken dan hij eerst liet blijken, dus gaat het gesprek toch weer grotendeels in het Nederlands verder. Wel handig hoor, om zo'n talenwonder mee te hebben. Want Harald's aangeboren talenknobbel in combinatie met zijn bravoure zorgen ervoor dat we (hij vooral) ook in het Spaans een redelijk gesprek kunnen voeren.

Bij een tweede roadblock komen we zowel de Belgen als de Oostenrijkers van de vorige dag weer tegen en vullen we de 1,5 uur wachten met kletsen. Van het Oostenrijkse echtpaar horen we dat er gevechten zijn geweest in Coyhaique gisteravond. En in het centrum zijn ramen van winkels ingeslagen, vlak nadat zij (en wij) de stad hadden verlaten. Toch blij dat we dat net gemist hebben! Om half drie worden de pilonnen die de smalle doorgang tussen de omgehakte bomen afsluiten, weg gehaald en kunnen we onze weg naar het noorden vervolgen.

Landschap langs de Carretera AustralWe rijden door een mooi landschap: brede rivieren, glooiende, groene weides met koeien tussen de bossen en hoge bergen met besneeuwde toppen op de achtergrond. We rijden het Parque National Queulat in, volgens de reisgids het park waar het bijna altijd regent, en opeens is de weg weer onverhard, smal en modderig. We worden omringd door intens groen van dicht regenwoud, ruige rivieren, watervallen en steile bergen met gletsjers. Er groeien heel dikke en hoge bomen (o.a. Alerces), grote bamboestruiken, enorme varens en fuchsia's die rood in bloei staan. Dikke wolken hangen op de bergtoppen en het regent af en toe een beetje. De weg stijgt en daalt flink en als we bovenop een pas aankomen zien we fietsers naast hun fietsen zitten eten. Regenkleding hangt op de fietsen te drogen. "Weer een stel van die idiote bikkels", zeg ik. Want we komen heel wat fietsers tegen in Argentinië en Chili en wij vragen ons echt af wat daar leuk aan is in zo'n land als dit: fietsen over eindeloze pampa's met wasbordwegen in weer en wind (vaak heel veel wind) en slapen in een klein tentje naast de weg. Is dat leuk? Nou ja, ieder zijn ding. "Hee, die kennen we!" roep ik uit als een van de twee fietsers naar ons zwaait. We stoppen en stappen uit. Het is het Duitse stel, dat we half februari aan de oostkust tegenontmoeting met duitse fietsers kwamen. Zij kwamen toen uit Buenos Aires gefietst en hadden daarvoor in 1,5 jaar van Duitsland naar Botswana gefietst. We staan een uurtje te kletsen over hun en onze ervaringen tot nu toe. Ze zijn nog steeds onderweg naar Ushaia en maken zich zorgen over wanneer de winter zal invallen. Ze zijn niet erg onder de indruk van de hangende gletsjers die ze op hun tocht door dit park te hebben gezien en vragen ons of ze in het zuiden nog echt grote gletsjers zullen gaan zien. Ook vragen ze ons of wij denken dat Ushaia en omgeving het waard is om helemaal heen te fietsen, weer honderden kilometers door de eentonige en eenzame pampa's, of dat ze beter bij Punta Arenas om kunnen keren. Ik vraag me af of ze het fietsen door Argentinië en Chili wel zo leuk vinden...

We overnachten op een camping in het park en de volgende dag trekken we verder noordwaarts. We rijden door naar Chaitén, het dorp dat in 2008 werd getroffen door een vulkaanuitbarsting. De vulkaan Huizen in Pucon bedolven onder vulkaanasvlak bij het dorp spuwde weliswaar geen lava, maar veroorzaakte modderstromen die een deel van het dorp wegvaagde en een enorm langdurige asregen, die het dorp en omgeving onder een meters dikke aslaag bedolf. Ook nu nog zijn de gevolgen duidelijk te zien. Slechts een klein deel van de huizen en gebouwen zijn uitgegraven en opgeknapt en worden weer bewoond. Maar een flink deel staat leeg, is vervallen en soms nog bedolven onder de as. Ook liggen er nog gebouwen die zijn meegesleurd door de modderstroom half bedolven onder de modder in de rivierbedding. De veroorzakende vulkaan krijgen we niet te zien, want die verschuilt zich in de nevelen van de laaghangende bewolking.

Die avond kamperen we wild op het strand van Santa Barbara, een gehucht van een paar huizen. Het ligt aan een rustige baai, waarin dolfijnen zwemmen. Terwijl de wolken iets meer landinwaarts laag boven de bergen hangen, schijnt hier de zon. De kleine baai wordt aan een kant begrensd door steile rotsen en aan de andere kant door een natuurlijke rotspier, waarachter nog een tweede, grotere baai ligt waar het weelderige regenwoud doorloopt tot aan het vulkanisch zwarte strand van deze baai. Wat een prachtige plek! Lang leve de GPS, want reizigers die ons voorgingen hebben deze plek in de GPS gezet en ons zo Baai bij Santa Barbaraop het idee gebracht hier te kamperen. We parkeren de auto onder een boom, bij een rotsig gedeelte dat tussen twee baaien in ligt en bij een paar picknicksets. Het enige dat afbreuk doet aan deze mooie plek is een flinke hoeveelheid lege bierblikjes, wijnpakken en papiertjes die hier is achtergelaten. Helaas zie je dat bij de meeste picknickplekken hier in Argentië. Vanaf de rotspier kijken we een tijdje naar de dolfijnen die heel rustig de baai op en neer cruisen. Daarna maak ik een strandwandeling bij de tweede, grotere baai. Als ik terug kom bij de auto gaat de zon bijna onder. We klappen onze stoeltjes uit in de stralen van de snel dalende zon, genieten van een mooie zonsondergang en ik voel me geheel ontspannen en tevreden.

De volgende dag verjaagt de regen ons uit het regenwoud van het Parque National Pumalin (goed verhaal: stukken land zijn aangekocht door Amerikaan Doug Tompkins - oprichter van Esprit en The North Face - samengevoegd tot dit park en overgedragen aan een stichting die het park nu beheert), waarmee onze reis over de Carretera Austral tot een nat einde komt.