home Header Image
home Header Image
Naamloos document

Rijden op zout

4 mei 2012

In het gehucht Colchani is het even zoeken naar de juiste weg, die naar het beroemde zoutmeer Salar de Uyuni voert. We slaan iets te vroeg af en missen daardoor het politiecheckpoint waar je - zo merken we de volgende dag als we hier wel langskomen - naast het betalen van tol ook geïnformeerd wordt over de omstandigheden en gevaren van het zoutmeer. We kriskassen wat door het dorp en zien een paar gebouwtjes gebouwd met blokken zout. Al snel hebben we de weg naar het zoutmeer gevonden en vol verwachting rijden we richting de witte vlakte in de verte. "Ik ben benieuwd of we er makkelijk op kunnen rijden en hoe nat het meer is", merk ik op. Al in San Pedro, Chili, hebben we gehoord dat het meer natter is dan normaal in deze tijd van het jaar. En dat betekent uitkijken, want het is niet geheel ondenkbaar dat je met een zware auto als de onze door het zoutoppervlak zakt en dan moet er groot materieel aan te pas komen om je er uit te krijgen. We kennen twee verhalen van reizigers die dat is overkomen. Een verhaal gaat over een reiziger die twee dagen moest lopen om hulp te halen.

De Salar de Uyuni strekt zich voor ons uit

Het zoutmeer strekt zich voor ons uit. "Wauw, wat is het groot en wit!" roep ik uit. "We hebben al aardig wat zoutmeren gezien op onze reis, maar deze is zo veel vlakker, witter en groter - zeg maar gerust oneindig groot - dan alle andere. Het zoutmeer is een vlakte van 160 bij 90 kilometer. Het zout spoelt vanuit de bodem in de bergen rondom het meer via het grondwater en het oppervlaktewater naar het meer. Het zout slaat neer op de bodem van het meer en in het natte seizoen staat er een klein laagje (heel erg zout) water op, maar in het droge seizoen verdampt het water en hou je een dikke laag zout over. Op dit moment staat op delen van het meer nog een laagje water op het 'meer' en dat is slecht voor de auto, het verergert de roestvorming op de auto en het tast de electronica aan die onder de auto zit.

We zijn gestopt op de rand van het zoutmeer. De weg loopt hier een paar meter als een dijkje het meer op, dat hier op deze plek - net als overal aan de rand - behoorlijk nat is. We zijn het dijkje afgereden en staan nu op het zout in een laagje water, zo'n 5 centimeter. Om ons heen staat het water nog wat hoger op het zout. "Hoe kunnen we nu het beste verder rijden?" vraagt Har zich af. "Ik zie nergens een duidelijke en droge track gaan." "Laten we hier even wachten", stel ik voor. "Kijken of er andere auto's voorbij komen, dan kunnen we die volgen." Zo'n 20 meter van ons vandaan is het meer droog en staat een vrachtwagen, die door een paar mannen met scheppen volgeschept wordt met het zout dat hier in Zoutwerkerpiramide-vormige hoopjes ligt te drogen. "Als die vrachtwagen daar kan komen, dan kunnen wij er ook komen", zeg ik. "Alleen, wat is de goede route?"

In de verte zien we een paar auto's over het meer onze kant op komen. Ze lijken te zweven over het zout en komen snel dichterbij. Het blijken een paar tourauto's te zijn, die vlak bij de vrachtwagen stoppen. De passagiers stappen uit om foto's te maken. Ondertussen is de vrachtwagen vol en rijdt heel langzaam door het water naar de weg. Ook een van de tourauto's komt door het water aanrijden en we kijken goed naar de route die hij neemt. Als hij ons voorbij rijdt, besluiten we over te steken en zijn spoor zo goed mogelijk te volgen. Heel langzaam, om zo weinig mogelijk zout water op te laten spatten, rijden we enigszins We rijden de Salar de Uyuni opgespannen naar de overkant. Ik hang uit het raam en kijk naar de banden en de zoutlaag onder het water. Ik vind het er maar week en zacht uitzien, maar zie dat de banden er niet in wegzakken. Niets aan de hand dus. Twee minuten later staan we weer op het droge zout dat zich aan drie kanten oneindig uit strekt. "En nu?, zeg ik. "Hoe nu verder?" We stoppen en ik informeer bij een van de gidsen van een tourauto of en hoe we naar de cactuseilanden in het midden van het meer kunnen komen. De gids vertelt dat de eilanden omgeven zijn door veel water, weliswaar niet diep maar wel kilometers lang. Omdat het zoute water erg slecht is voor de auto doen de tourtjes de eilanden niet aan. "Je kan er wel komen, maar je moet langzaam rijden en de route weten", aldus de gids. "Volg de track gewoon", zegt hij wijzend op een duidelijk enig zwartgekleurd spoor dat de salar op voert. Het is al laat in de middag en de eilanden liggen zo'n 90 kilometer verderop, dus we besluiten vandaag alleen een stuk de salar op te rijden. "We kunnen morgen terug komen en dan alsnog proberen naar de eilanden te rijden. Alleen jammer dat we daar dan niet kunnen kamperen vannacht."

We rijden verder de salar op, volgen het meest duidelijke spoor dat redelijk overeenkomt met de track op onze GPS. Het zout knispert onder onze banden. "Wat is het oppervlak mooi vlak!" zeg ik. "Ja, stukken vlakker dan de wegen die we de afgelopen dagen hebben gehad", antwoordt Harald terwijl hij de snelheid opvoert naar 80 kilometer per uur. Het is moeilijk oriënteren hier op de salar. Voor ons strekt de witte vlakte zich uit tot aan de horizon, terwijl we aan weerszijden in de verte nog net wat heuvels kunnen zien die lijken te zweven boven het zout. "Wat een bizarre omgeving en wat onwerkelijk dat we hier rijden!" merkt Harald op. "Laten we hier stoppen om foto's te nemen", stel ik voor na een half uurtje rijden. Want net als elke toerist die de Salar de Uyuni bezoekt, willen ook wij ook een paar 'truc'-foto's maken die je hier zo goed kan maken omdat op de eindeloze witte vlakte het perspectief verdwijnt. We hebben veel lol bij het maken van de foto's en verzinnen veel variaties:

Truckfoto Salar 1 Truckfoto Salar 3 Truckfoto Salar 2 Truckfoto Salar 6

Truckfoto 4 Truckfoto Salar 5 Truckfoto Salar 7

Als we geen geen nieuwe variaties meer kunnen bedenken rijden we voldaan terug naar Uyuni, waar we Hostal Marith opzoeken. Daar kan je volgens de info in onze GPS kamperen op de binnenplaats. Die binnenplaats blijkt meer een opslag-, oud roest- en werkplaats in een, waar tussen de oude auto-onderdelen, twee chassis, een hijsstellage, trekker en een aanhanger en allerlei rondzwervend gereedschap nog net een plekje voor Ndugu is. Niet een heel gezellige omgeving dus, maar gelukkig staan de Belgische Miet en Robin er ook met hun oude Mitsubishi busje. 's Avonds zitten we tussen hun bus en onze auto in, de hele avond te babbelen over hun en onze reiservaringen. Zij zijn 8 maanden onderweg, in New York begonnen en nu onderweg naar Rio de Janeiro om van daaruit naar huis te gaan. Hun bus begint langzaam uit elkaar te vallen, de vering is kapot en de banden zijn op en ook Miet en Robin zelf zijn wel een beetje klaar met reizen dus hebben ze besloten twee weken eerder naar huis te gaan dan gepland. "We hopen dat de bus het nog haalt tot aan Rio", zegt Miet. "Maar als we hem onderweg ergens kunnen verkopen dan verkopen we hem, want hem terug verschepen naar België is zonde van het geld", vult Robin aan. Ondanks de kou (aan het einde van de avond is het 7 graden), blijven we tot 12 uur buiten zitten kletsen.

Traditioneel geklede vrouwen in UyuniDe volgende dag lopen we eerst even het enigzins onooglijke Uyuni rond en probeer ik niet al te opvallend de traditioneel geklede vrouwen op de foto te zetten. Het merendeel van de volwassen vrouwen loopt hier in een plooirok tot op de knie met daaronder een maillot of legging, een kort kanten bloesje, een wollen vestje eroverheen en een schTraditioneel geklede vrouwen in Uyuni 2ort. Soms hebben ze nog een kleurige deken omgeslagen of hebben ze spullen of een kind in eenzelfde kleurige deken op hun rug gebonden. Sommige vrouwen hebben de bekende bolhoedjes, zwart of bruin, andere hebben -vaak witte - strooien zonnehoeden op hun hoofd.

Na op de markt wat brood en groente te hebben ingeslagen rijden we weer naar de salar. We willen proberen of Toergroep op de Salarwe toch de eilanden kunnen bereiken. We volgen weer dezelfde route de salar op en zien op verschillende plekken tourauto's stilstaan en toeristen daar omheen druk bezig met het maken van trucfoto's. We stoppen bij een van de tourauto's en informeren nogmaals of de eilanden bereikbaar zijn. We krijgen hetzelfde verhaal: het kan, maar rondom de eilanden staat nog veel water en als je jouw auto niet in de vernieling wil helpen moet je heel langzaam rijden en doe je er dus uren over om er te komen, dus de tourtjes doen het niet. We twijfelen of we het zullen doen en rijden verder in de richting van de eilanden en zien een eind verderop nog een tourtje stil staan. "Laten we het voor de zekereid nog een keer vragen aan deze gids", stelt Harald voor. Ook deze gids bevestigt het verhaal van zijn collega's, maar voegt er nog aan toe dat vlak bij de eilanden zoveel water staat dat de zoutkorst wat week is en dat als je niet de goede route pakt de kans bestaat dat je door het zout zakt. "Hmmm, misschien moeten we het dan toch maar niet proberen", merkt Harald op. "Wat is er eigenlijk zo bijzonder aan die eilanden?" "Tja, het moet een bijzonder gezicht zijn, zo'n eiland met heuvels met cactussen erop, met rondom niets dan zout", antwoord ik. "En je kan heerlijk rustig wildkamperen op het zout in de inhammen van de eilanden. Dat lijkt me Ndugu op de Salarwel een bijzondere ervaring. Laten we in elk geval nog een eind die kant oprijden, kijken of we auto's er toch naar toe zien gaan." Na een half uur rijden verandert de structuur van de zoutvlakte. We zien meer breuklijnen in het zoutoppervlak. Dan verandert ook het geluid dat we maken als we over het zout rijden. Ik kijk uit het raam en zie water onder de banden vandaan opspatten. "Hier staat al wat water op het meer", zeg ik. "Inderdaad", antwoordt Harald terwijl hij in zijn spiegels kijkt. "Ik zie een waas van water achter ons." Hij mindert vaart en kijkt op de GPS. "Het is nog 24 kilometer naar het eerste eiland. Met 5 kilometer per uur, nodig om de auto te sparen, doen we er dus zo'n 5 uur over", rekent Harald. We rijden langzaam verder, het zoutoppervlak wordt steeds korreliger en natter en we zien steeds minder duidelijk andere bandensporen op het zout. Ik merk dat ik wat gespannen naar het zoutoppervlak begin te turen om te zien of het er nog wel stevig uit ziet. "Hmmm, ook als ik langzaam rij spat het water nog flink op", merkt Harald op. "Da's echt niet best voor de auto." "Laten we terugrijden naar het droge deel en eerst even gaan lunchen", stel ik voor. "Dan kunnen we kijken of er auto's die kant op gaan en bespreken of we wel of niet verder gaan." We rijden terug naar het droge deel, klappen onze stoeltjes uit en gaan heerlijk in het zonnetje zitten met een broodje. Om ons heen niets dan witte stilte, alleen een paar donkere stipjes van tourauto's aan de horizon. "Wat een rust. Hier voel je je alleen op de wereld, lijkt het of de wereld stil staat en je hoofd automatisch helemaal leeg raakt." Genietend van de stilte en de warmte van de zon eten we onze broodjes. Dan horen we opeens een zacht gebrom dat langzaam aanzwelt. Ik speur de horizon af. "Er komt een auto onze kant op", zeg ik terwijl ik naar de donkere stip kijk die steeds dichterbij komt. Een paar minuten later raast de Bus op de salarauto op 100 meter afstand aan ons voorbij. Als hij in het natte gedeelte komt mindert hij geen vaart en trekt een witte waas van opspattend water achter zich aan. "Zo kan het dus ook", merk ik op. "Slecht voor de auto, maar het schiet wel op", aldus Harald. We blijven nog even lekker zitten in de zon en even later horen we nog meer gebrom. Een brommer rijdt ons aan de andere kant op 200 meter afstand met flinke snelheid voorbij. Ook hij rijdt in een witte waas. Als we de lunchspullen aan het opruimen zijn, horen we heel zwaar gebrom en zien we in de verte een grote felrode punt aankomen. "Ook een auto?" We turen naar de punt die snel dichterbij komt. "Het is een bus!" Niet veel later zien we dat het een lijnbus is, die Uyuni als eindbestemming heeft. Blijkbaar overleeft de bus al dat zout gewoon", zeg ik. "Tja voor de lokale mensen is de salar gewoon de snelste weg om van A naar B te komen."

"Wat doen we, rijden we wel of niet verder?" "Tja het zal misschien wel kunnen, maar deze voertuigen gaan niet naar de eilanden volgens mij", zegt Harald. "En wat als we na een paar uur rijden toch panne krijgen of door het zout zakken? Dan moet je maar hopen dat er iets of iemand een beetje in de buurt is om te helpen. En dat riskeren om een paar eilanden met cactussen te zien!" "Toch maar terug dan", constateer ik. "Jammer, maar helaas." We rijden terug naar Uyuni, nog steeds genietend van de bijzondere omgeving. In Uyuni rijden we rechtstreeks naar een van de autowasserettes, die hier goede zaken doen met al die tourauto's die zich hier na elke tour over de salar helemaal af laten spuiten. Voor het eerst in de 8,5 maanden dat we onderweg zijn, laten we Ndugu wassen. En dat doen de mensen van de wasserette heel serieus en uitgebreid en het kost ze anderhalf uur om hem helemaal schoon te krijgen. "Hé, hij is groen in plaats van grijsbruin", grapt Harald naar de mensen van de wasserette in het Spaans. De mensen kunnen er hartelijk om lachen en als Harald vertelt dat Ndugu al 8,5 maand niet gewassen is, vragen ze of wij ons de afgelopen 8,5 maand wel gewassen hebben. Hehehe, leuk volk hoor, die Bolivianen.