home Header Image
home Header Image
Naamloos document

To travel or not to travel...

 

25 april 2012

Waarom reizen wij eigenlijk? Af en toe vraag ik me dat af. Waarom willen we eigenlijk zo graag zo'n lange reis maken? Wat hebben we eraan? Waarom vinden we dit leuk? En vinden we het wel echt zo leuk? Of vinden we het vooral stoer dat we dit kunnen doen? Doen we dit om indruk te maken op anderen, om anders te zijn dan de massa? Er zijn momenten dat ik denk 'wat doe ik hier?!', terwijl de momenten van 'wauw ik ben hier echt!' steeds minder vaak voor komen. Misschien wordt het reizen steeds meer routine, een beetje een sleur zelfs? Daarbij komt dat Harald en ik niet gewend zijn om zo op elkaars lip te zitten en dat leidt soms tot een fikse ruzie. Dat vinden we allebei vervelend, maar het gebeurt nu eenmaal. En het is ook behoorlijk vermoeiend, dat reizen. Steeds weer zoeken naar een slaapplek (vinden we vanavond een beetje een aardige camping of een mooie, veilige wildkampeerplek?) en je de kampeerplek een beetje eigen maken (wennen aan de omgeving en de geluiden: in de dorpen altijd veel honden), zoeken naar winkels om inkopen te doen, zoeken naar de juiste Spaanse woorden om je verstaanbaar te maken en je inspannen om anderen te verstaan, je continue aanpassen aan je omgeving en het land en ook nog alle nieuwe indrukken verwerken. Dat hakt er best in. Soms verlang ik dan naar ons makkelijke, vertrouwde leventje in Amsterdam.

Maar toch blijft het bijzonder dat we een jaar kunnen reizen, zoveel moois kunnen zien. Dat moeten we ons blijven beseffen! En mooi is het hier in Argentinië zeker! En de drang om meer te zien van de wereld, nieuwe dingen te ontdekken, bijzondere landschappen en dieren te zien, blijft aanwezig. Als ik in de reisgidsen duik en lees over streken en landen - Bolivia, Peru - die nog voor ons liggen dan gaat het weer kriebelen. Daar wil ik heen, dat wil ik zien! De nieuwsgierigheid naar streken en avonturen die nog voor ons liggen blijft. Het is net als bij het maken van een wandeling, dan wil ik altijd nog iets verder, de volgende berg op of de volgende bocht om, om te zien wat daarachter ligt.

Bos in herfstkleuren tijdens wandeling bij San MartinZoals de wandeling bij San Martin de Los Andes, naar de top van een berg. Al snel na de start wordt deze wandeling erg steil en voert ons door een bos. Eigenlijk houd ik niet zo van bos. Ik houd van afwisselende en open landschappen waar je uitzicht hebt. Dus houden we er een flink tempo in, voor zover dat gaat bij zo'n steile klim. Maar het bos weet nog even van geen wijken en de klim wordt alsmaar steiler. Sjonge, wat is dit zwaar! En niet eens echt mooi of leuk, dus ik vraag me af: waarom loop ik hier eigenlijk? Maar ja, de nieuwsgierigheid naar het uitzicht op de top blijft en nu wil ik daar komen ook! De kuiten staan op springen en een spiertje in mijn lies begint pijn te doen bij elke stap, maar tegelijkertijd wordt het bos minder dicht en vangen we af en toe een glimp op van de diep blauwe meren die ver onder ons liggen. Ha gelukkig, nu begint het een beetje mooier te worden! En de bomen en struiken vertonen zich hier, op grotere hoogte, opeens in prachtige herfstkleuren. Dit is toch wel erg Bijna op de topmooi! De top met het uitzicht lonkt nog steeds, dus we lopen door. Na drie lange, zware uren steil klimmen laten we de bomen eindelijk achter ons en staan we boven op een zadel tussen een paar bergtoppen. We hebben een mooi uitzicht op twee meren en de omringende bergen, maar we zijn nog niet op de top. Dus even uithijgen, genieten van het uitzicht en verder maar weer. De route voert ons niet naar de dichtstbijzijnde top, maar over een redelijk vlak paadje over een hoogvlakte tussen enkele toppen door. Ha heerlijk, denk ik bij mezelf, wat hou ik toch van de bergen: de ruigheid, het uitzicht, de pure lucht! Nu voel ik me in mijn element. En dan zien we opeens de herkenbare vorm van een besneeuwde vulkaankegel. "Dat moet de vulkaan Lanin zijn." roep ik uit. "Uitzicht op twee meren en deze vulkaantop, da's toch een aardige beloning voor al dat gezwoeg omhoog." Na een klein half uurtje lopen voert de route ons een helling op met zwart puin en even later zwart (lava?) zand. Oef, dat is zwaar voor de benen! De helling eindigt weer in een soort zadel en de route gaat nog verder omhoog een nog steilere puinhelling op. "Ik ben er wel klaar mee, met deze wandeling", zegt Harald. "Ik heb genoeg geklommen, dat laatste stukje geloof ik wel. Ik ben moe en heb honger." Harald heeft Uitzicht op vulkaaninmiddels een mooi plekje uit de wind en in de zon gevonden met uitzicht op de vulkaan in de verte. "Lunchtijd!" roept hij. Als we de broodjes met jam en een paar stukjes chocolade als toetje achter de kiezen hebben blijven we nog een tijdje zitten zonnen. "Volgens de GPS is het nog 60 meter naar de top, maar volgens mij is het meer", zegt Harald. "Dus dat ga ik echt niet meer doen!" "Mijn benen willen ook niet echt meer", antwoord ik. "Dat spiertje in mijn lies belemmert me nogal bij het klimmen. Maar ik ben wel benieuwd naar het uitzicht vanaf de top. Dat zal toch niet zo heel veel anders zijn dan het uitzicht dat we hier hebben denk ik. Of toch wel? Ze zoeken toch niet voor niets precies deze piek uit als eindpunt van de wandeling? Waarom eerst een heleboel toppen links laten liggen en dan pas deze beklimmen? Dat maakt me nieuwsgierig!" "Misschien is deze top net even wat hoger dan de andere bergtoppen?", oppert Harald. "Hmmm ja, misschien. Het is dat dat spiertje zo'n pijn doet, anders zou ik er even tegenop rennen om te kijken. Het is maar zestig meter! Maar als jij niet wilt dan doe ik het ook maar Uitzicht vanaf de topniet", zeg ik terwijl ik nog een blik op de top van de berg werp. Dan draai ik me om en doe een paar stappen naar beneden. Als ik om kijk zie ik dat Harald toch de andere kant op loopt. "Waar ga je heen?" vraag ik. "Naar de top. Die laatste zestig meter kunnen er ook nog wel bij", zegt hij en begint de puinhelling op te klimmen. Ik wacht even om te kijken of hij het echt meent of dat hij me alleen maar wat pest - hij weet dat het niets voor mij is om die top niet op te gaan. Maar hij klimt in rap tempo de helling op dus ga ik er toch maar achteraan. Heel rustig, om het spiertje niet nog meer te forceren, beklim ik de laatste zestig meter. Eenmaal op de top is het uitzicht prachtig. Behalve de twee meren en de vulkaantop die we eerder al zagen, zien we nog een klein meer en een andere besneeuwde vulkaankegel liggen. Hier doe ik het dus voor, dat gezwoeg omhoog. Voor dit soort mooie uitzichten!

Door nieuwsgierigheid gedreven klim ik naar bergtoppen. Ik kan me intens gelukkig voelen als ik door de bergen wandel met zijn ruige natuur en prachtige uitzichten. En door nieuwsgierigheid gedreven wil ik verder reizen en kan ik me intens gelukkig voelen als we door prachtige landschappen reizen en op unieke plekken stoppen. Het reizen is niet continu leuk en de route is niet altijd even mooi, maar er zijn zoveel mooie, unieke, inspirerende plekken te zien!

Nee, naar huis wil ik nog niet, ook al mis ik bepaalde dingen van thuis wel. Ik mis mijn hobby's - tennissen, zingen - maar vooral de sociale contacten, gezellige avonden met familie en vrienden. Natuurlijk komen we onderweg ook aardige en gezellige mensen tegen, maar die contacten zijn vluchtig. Een kwartiertje, half uurtje of avondje kletsen - meestal in het Engels of het Duits - en dan neem je weer afscheid van ze. Harald mist het muziek maken en de gezelligheid met familie en vrienden nog meer dan ik. We hadden daardoor een flinke dip toen we in Mendoza waren. Een grote stad in Argentinië, die in de reisgidsen aangeprezen staat als mooi en gezellig. We hoopten hier ook wat gezelligheid te vinden op de stadscamping, want allicht zouden we toch niet de enige reizigers zijn die de stad op dat moment aandeden. Helaas, op een groep Argentijnse jeugd in tentjes na, waren wij de enige kampeerders op deze enorm grote, stoffige, vervallen en vieze camping. Wat een tegenvaller! De volgende dag in de stad, tussen al die mensen, voelden we ons maar eenzaam en triest. Tja..... het reizen kent dus niet alleen maar hoogtepunten.

Na Mendoza vestigden we onze hoop op gezelschap en gezelligheid op Salta, waar de enorme stadscamping bekend staat als een verzamelpunt voor reizigers en overlanders. Maar voordat we richting Salta gingen hebben we drie dagen de eenzaamheid opgezocht van het afgelegen hooggebergte ten zuid-westen van Salta. Het landschap was onaards prachtig: kloven met rivieren, enorme boomcactussen, rotsformaties en bergen in allerlei kleuren (rood, groen, grijs, zwart), mooie bergmeren en witte zoutmeren, enorme, besneeuwde Vulkaanlandschappieken, vaak meer dan 6.000 meter hoog, oude, uitgewerkte, zwart en donkerrood gekleurde vulkaankegels, opgedroogde lavastromen en heel veel dorre, droge vlaktes van kiezels en zelfs een paar hoge zandduinen. Een groot deel van de rit lag rond de 4.000 meter, de 2e dag hebben we bijna de hele dag op 4.000 meter en hoger rondgereden waar we geen enkele andere auto tegen zijn gekomen. Hier en daar stond wel een klein huisje, waar we wel eens iemand zagen rondscharrelen. Maar de meeste levende wezens die we hier tegen komen zijn Lama's, Vicuna's (kleine, wilde lama-achtige) en geiten. De hoogte - we zijn zelfs over een pas van 4.699 meter gekomen - levert Harald flinke hoofdpijn op (hoogteziekte). En een slapeloze nacht toen we de tweede nacht wildkampeerden op een dorre kiezelvlakte bij een zoutmeer op 3.900 meter, een onaards landschap net als onze wildkampeerplek van die nacht ervoor: tussen de zwarte, opgedroogde lavastromen. Ook onze auto had wat last van de hoogte. De motor haperde soms, hij braakte flinke wolken zwarte rook uit en zijn trekkracht was ver te zoeken, maar ja, dat is niet vreemd op deze hoogte. Het was een ware belevenis en niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk een van de hoogtepunten van onze reis. Maar na drie dagen eenzaamheid in de bergen zijn we echt toe aan wat beschaving en gezelligheid. Dus op naar Salta!

We zijn erg teleurgesteld als de stadscamping - het overlanders-verzamelpunt - in Salta gesloten blijkt te zijn vanGezelligheid op de campingwege 'refaccion' (geen idee wat dit betekent, wie het weet mag het zeggen). Hebben wij weer! We rijden naar het vlakbij gelegen, kleine, maar erg mooi tegen de bergen aan gelegen plaatsje San Lorenzo, waar ook een kleine camping moet zijn. Die is er inderdaad, zoals zo vaak in Argentinië gelegen naast het sport- en evenemententerrein, waar net een voetbaltoernooi plaats vindt, omkleed met luide muziek en 's avonds een heuse bingo. Heel veel herrie dus op de camping, maar het is te laat om nog ergens anders heen te gaan. Ons humeur is niet al te best, maar dan zien we het kleurrijke huur-campertje staan van het Belgische echtpaar dat we in PN Ischigualasto op de camping hebben ontmoet en waar we toen een uurtje ofzo gezellig mee gekletst hebben. 'Hoera, gezelligheid!', roep ik uit. Die avond vragen we ze of we bij ze mogen komen zitten en praten we de hele avond over hun en onze (wereld)reiservaringen. De volgende dag hebben we een prima dagje in Salta, dat we een mooiere en gezelligere stad vinden dan Mendoza. Die avond eten we gezamelijk met de Belgen, wij koken, en genieten we nog een avond van gezellig kletsen in het Vlaams-Nederlands. Heerlijk!

Een dag later hebben Harald en ik een diepgaand gesprek over de nadelen van het zo lang op reis zijn. Vooral het gemis van familie en vrienden en aan sociale contacten en het niet kunnen uitoefenen van onze hobby's begint ons op te breken. "Wat ik mij ook niet goed genoeg beseft heb, is dat we een jaar lang kamperen", zegt Har. "Niet een weekje, of een vakantie van drie weken ofzo, maar grofweg 365 dagen achter elkaar! En dan te bedenken dat ik tijdens gewone vakanties niet eens wil kamperen! Er zijn heerlijke dagen bij, dan is het gewoon leuk om een beetje te rommelen en de speelgoedkeuken weer uit te pakken en op te zetten. Op andere dagen voelt het toch echt gewoon als armoe." Dat herken ik wel. Soms wordt ik er zo moe van dat ik half hangend over het wastonnetje en de koelkast iets in het voorraadkastje moet zoeken, waar dan weer van alles uit komt vallen omdat het te vol zit. En af en toe word ik heel chagrijnig van de armoedige, vervallen, fantasieloze campings in Argentinië! "Maar ik wil toch echt nog niet naar huis. Ik wil Bolivia en Peru nog zien!" zeg ik. We stellen vast dat we een volgende keer niet meer een jaar maar korter zouden willen reizen. En dat we nu meer ons best moeten doen om gezelligheid te vinden en misschien wat langer te blijven op plekken waar we ons een beetje 'thuis' voelen. "We moeten ons blijven beseffen hoe bijzonder het is dat we dit kunnen doen", zegt Har. "Zoals Vanessa ons mailde laatst." We ontvingen kort geleden een mail van het Zwitserse stel met wie we een paar weken hebben samen gereisd in Afrika. Zij drukten ons op het hart om vooral te blijven beseffen dat het bijzonder is wat we doen, want voor je het weet, ben je weer gewoon thuis en doe je weer gewoon je werk en kun je je haast niet voorstellen dat je een jaar bent weg geweest. Het is zo'n luxe om niet te hoeven werken, dat blijft toch erg prettig. We vergeten heel vaak welke dag het is, omdat het werkritme totaal verdwenen is. Maar als we eraan denken dat het weer maandag is, wensen we elkaar een prettige werkweek toe en op vrijdagmiddag grappen we wel eens: 'Hehe, eindelijk weekend!'

We kennen mensen die reizen zonder einddatum, zoals ze dat noemen. Banen opgezegd, huis en spullen verkocht en dan jaren reizen. Voordat wij op reis gingen fantaseerden we daar ook wel eens over. Is dat wat voor ons, vroegen we ons af? Nu weten we het antwoord op die vraag: nee, dat is niets voor ons. Wij zouden liever regelmatig vier tot zes maanden reizen. Liever wat vaker en korter, ook al is dat misschien lastiger te realiseren. We houden van reizen, maar ook van ons leventje in Nederland!