home Header Image
home Header Image
Naamloos document

Relaxen aan de kust

1 november 2011

Onderweg van Mbeya naar Dar El SalaamNa twee dagen rijden, eerst over een slechte, saaie asfaltweg door een dor, kaal, rommelig landschap, vervolgens door een spectaculair mooi en groen berglandschap met kleine dorpjes en kleurrijke marktjes, en tot slot weer door een vrij saai maar wel erg groen landschap, rijden we Dar Es Salaam (de hoofdstad van Tanzania) in. De GPS leidt ons rechtstreeks naar het centrum. De tweebaans asfaltweg is vol en chaotisch, zoals je het verwacht in zo'n grote Afrikaanse stad. Maar we rijden rustig, remmen vroegtijdig voor overstekende dieren, fietsers, voetgangers en plotseling van baan veranderende voertuigen en dan gaat het prima. Links en rechts van de weg is het een drukte van belang. Mensen die koopwaren hebben uitgestald zitten gewoon langs de weg en staan in kleine krottige kraampjes. Daarachter zijn de, vaak ook vrij krottige, winkeltjes en eet- en drinktentjes. Het maakt een enorm rommelige maar kleurrijke indruk. "Ik ben er nog niet helemaal uit hoe dat hier werkt met stoplichten", merkt Har op. "Bij het vorige rode stoplicht reed iedereen door, maar nu stopt iedereen wel voor rood licht." "Gewoon maar meegaan met de massa, dan doe je 't goed", antwoord ik. Een half uurtje later rijden we door de smalle straten van het centrum op de baai en de haven van Dar af. "Hier moet de veerpont zijn volgens de GPS", zeg ik. Harald rijdt naar de poort. "Ja, dit is wel goed, denk ik", zeg ik. "Het ruikt hier enorm naar vis en volgens de Lonely PLanet zit de pont die we moeten hebben vlakbij de vismarkt." "Waar zouden we zijn zonder de GPS met Tracks for Africa erop en zonder de Lonely Planet", antwoordt Harald. Hij zegt het wat gekscherend, maar het is gewoon een feit dat vooral de GPS, geladen met de geweldige kaarten van Tracks for Africa, het reizen door Afrika enorm vergemakkelijkt. De GPS kent bijna elk plaatsje en bijna elke attractie en accommodatie die we aandoen en leidt ons er meestal probleemloos heen.

Pont in Dar Es SalaamTien minuten later staan we op de pont naar het plaatsje Kigamboni aan de zuidkant van Dar Es Salaam, dat de toegangspoort is naar de zuidelijke stranden van Dar. Het is een vrij grote pont met zo'n 50 auto's, busjes en vrachtwagens en wel zo'n 500 voetgangers en mensen met een vaak volgeladen fiets, brommer en handkar. Ook veel schoolkinderen in school'uniform' nemen de pont. Op de pont zijn wij de enige blanken en wij worden dan ook flink bekeken. Vijf minuten na vertrek staan we aan de overkant en rijden we langzaam door de mensenmassa en door het kleine stadje naar het strand. Om half vier in de middag komen we aan bij de lodge/camping die warm wordt aanbevolen zowel in de GPS als in de Lonely Planet en parkeren we onze auto vlak naast het strand. De camping stelt niet zoveel voor, een grote zandbak met een paar polletjes gras, maar het bijbehorende openlucht restaurant/bar ziet er gezellig uit en de locatie is perfect: aan een kilometers lang zandstrand met wit zand omzoomd met Strand bij Kipepeo Beachpalmbomen en bloeiende struiken en een azuur blauwe zee waarop kleine houten bootjes ('dhows') dobberen. En nog een plus: de lodge heeft gratis WIFI. Een perfecte camping dus. Alleen wat jammer van de waarschuwing van de receptionist, die zegt: "Wandel niet te ver over het strand, maar blijf in de buurt van de lodge. Het is niet veilig als je verder loopt." Maar dat belet ons niet even later in zwempak het strand op te lopen, want het is weer drukkend warm, zo tegen de 40 graden. Terwijl Har onder een rieten afdakje in de schaduw gaat zitten loop ik het water in. Hmmm, dat is ongeveer net zo warm als ikzelf. Als op het eind van de middag de zon wat minder fel wordt en er een verkoelend windje opsteekt, maken we een strandwandeling. Jammer dat we niet zo ver mogen wandelen, want het is wel even erg lekker om de benen weer eens te strekken en een beetje actief te zijn na al dat gezit in de auto.

De volgende dag blijven we ook nog een dagje aan het strand. We hebben besloten om Kenia niet meer in onze route op te nemen, omdat we daar nauwelijks meer tijd voor hebben. Dat geeft rust, zodat we lekker kunnen genieten van nog een dagje relaxen aan het strand. We ontbijten met een gebakken eitje (Har) en een tosti kaas (Mar). We brengen een lading was naar de receptie om te laten wassen en wassen zelf het ondergoed en de sokken, want dat doen ze hier niet. We ruimen de auto een beetje op, naaien nog een stukje aan het hor en gaan uitgebried internetten. We genieten van de vele mails die we weer gekregen hebben, van de berichtjes op het gastenboek (altijd weer leuk als er iets nieuws op staat) en we kunnen onze site mooi bijwerken. Ook proberen we te skypen met de moeders, wat weer moeizaam gaat vanwege de trage verbinding.

 

3 november 2011

Vissers op het strand bij Bagamoyo"Wat een leuke plek is dit, vindt je niet Har?" We lopen over het zandstrand bij Bagamoyo, een klein plaatsje zo'n 80 kilometer ten noorden van Dar Es Salaam. In de Lonely Planet stond dat dit een charmant, slaperig dorpje aan het strand is met een aantal in verval rakende historische gebouwen. Maar Bagamoyo blijkt een levendig visserplaatsje, waar 't op het strand een drukte van belang is. Vissers staan in kleine groepjes de vis te sorteren en schoon te maken, staan hun netten te boeten of hun piepkleine houten bootjes op te knappen. Verderop worden een paar grotere houten boten volgeladen met goederen. In de ene boot worden ladingen tomaten Boot op het strand bij Bagamoyoingeladen en in de andere boot geiten en koeien! Op de boot staan al zo'n 20 koeien en nu komen daar nog zo'n 50 geiten bij. Die worden net het strand opgedreven als wij aan komen lopen. Vervolgens pakken een vijftal mannen steeds twee geiten bij een voorpoot, sleuren die een stukje de zee in naar de boot en werpen de geitjes vervolgens met een grote zwaai de boot in terwijl een paar jonge jongens de geitjes op het strand hardhandig met stokken bij elkaar houden. Vrouwen in kleurrijke doeken kopen en verkopen de vis op het strand, maar vooral ook in de vlak achter het strand gelegen Vismarkt Bagamoyovismarkt/visrokerij, waar het mistig is van de rook. We lopen een stukje het dorpje in. "Inderdaad nogal vergane glorie", zeg ik als we bij een huis staan met een prachtige, maar vervallen houten deur met houtsnijwerk. Na een kort rondje door het rustige dorpje lopen we weer terug naar het strand en verder naar de tropisch aandoende camping, waar onze auto midden tussen de palmen en de bloeiende struiken op een echte grasmat staat. De hele dag is het drukkend en dreigend weer: donkere wolken kondigen regen aan die pas 's avonds en 's nachts in een vrij beperkte hoeveelheid valt. Echt opfrissen ervan doet het niet, het blijft drukkend warm, waardoor je zelfs als je niets doet al zweet.

Strand bij PaganiDe volgende dag, woensdag, rijden we door de regen zo'n 500 kilometer naar het noorden, naar het kustplaatsje Pangani. We komen hier eind van de middag aan en kiezen een kampeerplaats bijna op het strand. We parkeren de auto zo dat ik de volgende ochtend als het licht wordt vanuit bed het strand op kan kijken. Heerlijk vind ik het om vanuit bed de zonsopkomst boven zee te bekijken! Omdat we laat aangekomen zijn en we ons warm, moe en lui voelen en het eten hier erg goedkoop is besluiten we niet zelf te koken, maar een hapje te eten in het restaurant. Het eten is niet zo geweldig, maar kost maar een paar euro, dus wat maakt het uit!

Donderdag doen we een snorkeltripje. Al om kwart over 8 in de ochtend varen we uit in een mooie houten dhow met een enorm zeil. Een Franse familie met twee kinderen van 9 en 13 reist een half jaar door Zuid en Oost Afrika, ook met een tot camper verbouwde auto, ditmaal een Isuzu (die is net een slag groter dan die van ons). Zij waren van Johannesburg via Mozambique naar Tanzania gereisd, dus we hebben ze mooi even uit kunnen horen over de mooie plekjes in Mozambique. Het snorkeltripje was erg leuk. We zagen een hoop kleine, maar maar mooi gekleurde vissen (o.a. een paar 'Nemo's') en we stapten even uit bij een piepklein zandeilandje, dat langzaam door de opkomende zee steeds verder in de golven verdween. Snorkeltrip bij Pagani

Flink verbrand en voldaan kwamen we rond een uur weer terug op de camping, waar we na een korte duik in het kleine zwembad in de prachtige tuin van de naburige lodge even gingen internetten (o.a. kijken hoe het gaat met de aanvraag van ons visum voor Rwanda en met de plannen voor een reis naar Zuid-Afrika van onze moeders) terwijl ik van een echte capuccino geniet.Terwijl Har nog wat blijft internetten - even lekker surfen en mailen - maak ik een strandwandeling. Ook hier zijn wat vissers en wat kinderen op het strand, maar het is hier bij lange na niet zo druk als in Bagamoyo. Als ik terug kom bij Har in de tuin van de lodge kan ik de verleiding van de versgemaakte houtovenpizza niet weerstaan en trakteren we onszelf op een pizza (gelukkig ook niet erg prijzig, dus vooruit het kan nog wel een keer). Ze smaken heerlijk.

Lake ChalaVrijdag rijden we naar Lake Chala, een prachtig kratermeer, iets ten oosten van de Kilimanjaro op de grens met Kenia. We overnachten op een nieuwe camping vlak bij het meer en maken zaterdag een korte maar pittige en erg mooie wandeling naar de rotsige oever van het meer. Eerst dalen we behoorlijk steil af, waarna we aan de oever op een enorm rotsblok een tijdje uitrusten en genieten van het prachtige uitzicht over het meer en de krater. En vervolgens klimmen we weer dezelfde weg terug omhoog. Dat is even flink zweten, want het is nog steeds heet en vochtig. Na de wandeling is het tijd om verder te rijden richting Arusha. "Verder maar weer. Geen tijd te verliezen want de Serengeti ligt op ons te wachten, Har."