home Header Image
home Header Image
Naamloos document

Nog lang niet beestenmoe...

12 november 2011

Vrouwen met bananen langs de wegWe zitten alweer een uur in de auto, onderweg naar het Victoriameer. Het is een lange rit, maar ik verveel me geen moment. Er trekken weer allerlei exotische beelden aan me voorbij achter het autoraam, als in een film. Prachtige landschappen met palmen en groen begroeide bergen, kuddes koeien en geiten in de berm van de weg met bijbehorende geitenhoeders (vaak kinderen), vrouwen in kleurrijke doeken met grote trossen bananen, plastic emmers met water en manden met mango's op het hoofd, vrouwen die wassen bij een waterpoel, gehuchten met kleine huisjes met rieten daken (vaak zijn de huizen wel van baksteen, in tegenstelling tot Zambia waar ze vaak van riet en leem waren), fietsers die al fietsend of naast de fiets lopend enorme zakkonderweg in Tanzania, ezelkaren met kolen of gigantische takkenbossen met zich meetorsen en dorpen en stadjes waar het straatbeeld druk en chaotisch is. En ik besef me opeens weer dat Har en ik werkelijk door Afrika aan het rondreizen zijn, dat het geen film is maar werkelijkheid en dat het toch wel heel bijzonder is! Het reizen door Afrika gaat eigenlijk wel verassend makkelijk, bedenk ik me. En we hebben nog acht maanden te gaan. Ongelooflijk, eigenlijk!

Ik wordt gestoord in mijn overpeinzing doordat we moeten stoppen bij de zoveelste police control post. In bijna elke stad, dorp en gehucht staat politie langs de weg en we worden regelmatig aangehouden. Ik draai mijn raampje open, voor de politieman. 'Habari', roept Harald vrolijk met een vriendelijke glimlach door het raampje, nog voordat de politieman iets kan zeggen. Zijn taktiek om de politiemensen gunstig te stemmen en dat lijkt goed te lukken tot nu toe. De meeste politiemensen lijken vooral nieuwsgierig en verlegen om een praatje en zijn er niet op uit ons werkelijk te controleren op iets, zo lijkt het. Ze willen weten waar we vandaan komen, van waar naar waar we reizen, hoe we Tanzania vinden enz. Een enkeling vraagt naar Har zijn rijbewijs, naar de verplichte autoverzekering of naar de twee verplichte gevarendriehoeken (die we niet eens hoeven te laten zien, het volstaat om te zeggen dat we die hebben). Ook nu weer maken we een praatje, schudden we handen en mogen we weer doorrijden.

Aan het eind van de lange rijdag komen aan bij Lake Victoria, in het stadje Mwanza. Er is hier geen camping, maar we rijden naar de Mwanza Yacht Club om te vragen of we daar mogen kamperen (tip uit de Lonely Planet). Kamperen bij de Yacht Club MwanzaDat mag, als we geen bezwaar hebben tegen een koude douche. Het is de hele dag weer drukkend warm, dus daar hebben we geen bezwaar tegen. We rijden het grasveld van de Yacht Club op en parkeren onze auto aan het meer, waar we een prachtig uitzicht hebben over het meer en op de stad Mwanza, dat op een berg aan het meer ligt. Er staat nog een Landcruiser met daktent. Even later ontmoeten we de eigenaren daarvan, een jong Brits stel dat zes maanden aan het rondreizen is in Oost en Zuid Afrika. Zij hebben hun auto verscheept naar Dar Es Salaam en zijn nu ongeveer 1,5 maand onderweg, zakken nu af naar Malawi, Mozambique en Zuid-Afrika. Ongeveer dezelfde route als wij na Rwanda nemen dus. Na het eten - we koken snel pasta - wisselen we met de Britten tips uit en hebben we een heel gezellige avond met hen in de bar van de Yacht Club.

De afgelopen twee dagen zijn we van Arusha, via het Tarangire NP naar Mwanza gereden. Onderlangs de Ngorongoro Krater zeg maar. De wegen op dit traject waren grotendeels prachtig glad asfalt. Grote delen zijn net nieuw aangelegd, dus mooi breed en glad. Alleen een stuk van 50 kilometer, tussen de kleine plaatsjes Babati en Katesh, waar we overnacht hebben, was nog onverhard. Ze zijn daar wel druk bezig een nieuwe weg aan te leggen, maar helaas moesten wij over de erg slechte (erg stenige en hobbelige) oude weg en over omleidingen de bergen in. Over die 50 km hebben we 2,5 uur gedaan. Dat was even afzien, zo op het eind van de dag. We waren net voor zonsondergang in Katesh, het plaatsje waar we hadden gepland om te overnachten. In dat plaatsje was geen camping, dus hebben we bij het eerste het beste hotel gevraagd of we daar mochten kamperen op de parkeerplaats van het hotel en dat mocht. We konden gebruik maken van het toilet van de de bar/restaurant van het hotel, maar we moesten het wel doen zonder douche.

Het Tarangire NP was een verassing voor ons. Na de teleurstelling die de Ngorogoro voor ons Baobabs in Tarangire NPwas, waren we een beetje bang dat we "beestenmoe" waren en dat Tarangire ook zou tegenvallen. Maar we hadden er zoveel enthousiaste verhalen over gehoord dat we het ook niet over wilden slaan. Dus reden we er na het garagebezoek in Arusha heen en kwamen er halverwege de middag aan. We hadden een top middag! We vonden het landschap hier erg mooi, heel groen met grote Baobab en Acacia bomen. Het weer zat ook mee: het was half bewolkt en de wolkenlucht met grote witte en lichtgrijze wolken en hier en daar een donker grijze wolk (het leek wel een echte Hollandse wolkenlucht) maakte het plaatje (en de vele foto's die ik heb gemaakt) heel mooi af. We zagen in die paar uurtjes heel veel beesten: grote kuddes olifanten met weer van die schattige baby-olifantjes, giraffen in de droge rivierbedding, zebra's onder grote baobabs enz. We overnachtten op een camping in het park, tussen de olifanten die rondom de camping stonden te eten. De volgende ochtend en begin van de jackhals in Tarangire NPmiddag hebben we ook nog rondgereden in het park voordat we halverwege de middag begonnen aan onze rit naar het Victoriameer. We zien een gevlekte hyena liggen en parkeren onze auto op drie meter naast hem. Ook zien we een jackhalzenfamilie, vader, moeder en drie jongen, die vlak voor onze auto oversteken. Verder zien we weer olifanten die een modderbad nemen, een hele jonge, ranke zebra die zich prachtig laat fotograferen, een grote groep bavianen, met jonkies die op de rug van hun moeder meereizen, en nog veel meer. Ik maak heel, heel veel foto's en bij het verlaten van het park zijn we tevreden en blij dat we toch niet beestenmoe blijken te zijn.