home Header Image
home Header Image
Naamloos document

Onweer en olifanten in Chobe NP

30 september 2011

We rijden over de Marsh road door het Chobe NP, als de zon verdwijnt achter een wolk. "Ha een wolk, ik was bijna vergeten hoe een wolk er uit ziet," zeg ik. 'Het is best een donkere wolk, al lijkt het nu niet meteen een regenwolk", merkt Harald op. We rijden achter de Landrover van Patrick en Vanessa aan, het Zwitserse stel waar we mee samen reizen. We slaan links Savuti Marsh, Chobe NPaf, een niet al te duidelijke track in, die volgens de kaart langs een aantal waterpoelen voert. De wolk boven ons wordt groter en donkerder. "Het zal toch niet gaan regenen? Het regenseizoen start pas eind oktober. Dit is het droge seizoen!", zeg ik. Voor ons staan Patrick en Vanessa stil. "Zien ze wat bijzonders misschien?" Maar dan klinkt er door de walky talky (handig dat we die meegenomen hebben, die komen nu goed van pas): "The track disappears here, but on the GPS it still proceeds. Let's try to find it, oke?" "Oke", antwoord ik in de walky talky. De Landrover rijdt tussen twee bosjes door en wij volgen. Even later zien we weer vage bandensporen. "We found the track again", klinkt het dan. We slalommen om struiken, bomen en gaten heen en volgen zo goed als mogelijk de track op de GPS, want de track op de grond verdwijnt steeds weer. Dan begint het te druppen. "Toch regen, wie had dat nu verwacht!", zeg ik. "Is het nu wel verstandig om verder te gaan?" "Ach welja", antwoordt Har. "Wat kan ons gebeuren? We hebben een GPS en we hebben de juiste auto. En het is maar een licht buitje, zo aan die wolk te zien." "Mmm, moeilijk in te schatten", zeg ik, "we zijn niet in Nederland." We rijden nog wat verder en het wordt steeds lastiger om de track op de GPS te volgen omdat struiken, omgevallen bomen en grote gaten in de grond ons steeds weer dwingen van richting te veranderen. Ik bestudeer de GPS en kijk op mijn horloge. "We gaan zo wel heel erg langzaam. We hebben pas een achtste van de route afgelegd. We moeten wel voor zonsondergang in het kamp zijn, ik weet niet of we dat zo gaan redden." De druppels veranderen in regen en in de verte zien we bliksem. "Laten we even overleggen", zegt Harald. We rijden onze auto naast die van Patrick en Vanessa en overleggen. Vanessa denkt dat het allemaal wel gaat lukken, maar Patrick twijfelt. Ik zeg dat ik me er niet zo lekker bij voel en we besluiten toch maar terug te gaan. "Gewoon ons spoor terug volgen tot we weer op de Marsh road zijn", stel ik voor. Maar dat blijkt nog niet eens zo makkelijk. We keren de auto's en meteen zijn we ons eigen spoor al kwijt. Maar gelukkig kunnen we de track op de GPS ook de andere richting op volgen (het zogenaamde 'backtracken'), dus doen we dat. Even later vinden we ons eigen bandenspoor weer terug en slalommen we weer langs bomen, struiken en gaten in omgekeerde richting. Het wordt nog donkerder en het begint nu toch hard te regenen. Ik voel me opgelucht als we we terug zijn op de Marsh Road. Nu zitten we tenminste weer op een duidelijk zichtbare track.

RAMBAMBAM...... KABAM. Een felle bliksem knalt vlak bij onze auto naar beneden en slaat niet ver van ons met een knal in. De regen valt nu met bakken uit de hemel. "Oef", zegt Harald, "dat was wel erg dicht bij." "That was close", horen we Patrick zeggen door de walky talky. "Mmmm, er zijn hier gelukkig wel redelijk wat bomen die hoger zijn dan wij", zeg ik. "En als we door de bliksem geraakt worden, dan zitten we veilig in de auto, toch?" "Zolang je het staal van de auto niet aanraakt wel ja", antwoordt Harald. Even verderop verdwijnt de track in een laagje water. Het is dit droge seizoen natter dan anders, en de Savute Marsh is nog niet geheel opgedroogd. Hier en daar staan nog flinke plassen water. Gelukkig zijn we hier op de heenweg ook langsgekomen, dus we weten dat we er met een boog omheen kunnen rijden en dan weer op de track uitkomen. Opeens doemen er vier grote olifanten voor ons op. Door de harde regen zien we ze pas vrij laat en Harald trapt snel op de rem. We willen ze niet opschrikken of boos maken, want zij zijn een maatje groter en zwaarder dan wij. Een olifant draait zich naar ons om, wappert ter waarschuwing wat met de oren en kijkt ons indringend aan, zo lijkt het. Dan komen de olifanten in beweging en lopen rustig een paar stappen bij ons vandaan. Wij rijden langzaam in een boog achter ze langs en de olifanten lopen rustig door. "Niets aan de hand, verder maar weer." Als we even later de Marsh road weer oppikken lijkt de hemel voor ons wat lichter te worden. Een kwartiertje later is het droog en de lucht flink opgeklaard. Achter ons zien we de donkere wolk nog hangen.

Om half 6 rijden we de camping (Savute Camp) op. "Nou ben ik benieuwd of ze moeilijk doen omdat we geen boeking hebben", zeg ik. Je moet vooraf een campingplek reserveren, maar dat hebben we niet gedaan want de campsite was al helemaal volgeboekt. Als je echter vlak voor zonsondergang aan komt zetten kunnen ze je niet meer wegsturen, want je mag na zonsondergang niet in het park zijn, zo hebben we gehoord van andere reizigers. We stappen uit de auto en lopen naar het kantoortje bij de ingang binnen. Harald feliciteert de dienstdoende campingbeheerder met de Independence Day - want dat vieren de Batwana vandaag - en informeert hoe hij dat viert vandaag. Da's een goede binnenkomer, want de man vertelt enthousiast over een voetbalwedstrijd van die middag en de komende feestelijke braai van vanavond. Daarna brengen we een vrij overtuigend verhaal over dat we de weg kwijt zijn geraakt, door onweer overvallen werden en dat we daarom maar omgekeerd zijn en in plaats van naar de uitgang van het park naar de campsite zijn gereden. "We were so scared, you know", overdrijf ik een beetje. Het blijkt geen enkel probleem dat we geen boeking hebben. We krijgen een kampeerplekje onder een grote boom toegewezen, weliswaar zonder vuurplaats en braai, maar dat vinden we natuurlijk geen punt. We moeten wel gewoon de campingfee betalen, die per persoon 30 Pula (3 euro) duurder blijkt te zijn dan in de reisgids staat. Maar daar gaan we natuurlijk niet over zeuren, want de goede man gelooft ons op onze blauwe ogen als we zeggen dat we Zuid-Afrikaners zijn (Patrick en Vanessa hebben overigens een Zuid-Afrikaans kenteken op de auto, dus dat helpt ook). En dus betalen we een lager tarief dan we als Savuti Camp, Chobe NPinternationale toeristen eigenlijk zouden moeten betalen. "Take care. Elephants like this tree very much", waarschuwt de man terwijl hij op de boom van onze kampeerplek wijst. "And don't walk around in the dark because of the elephants and lions". "Ha, dat zou wel leuk zijn, als er een olifant langs komt vannacht", merk ik op. "Maar dan wel pas als we veilig in onze daktent liggen", zegt Vanessa. We parkeren de auto's zo rond de boom dat we een redelijk afgeschermde en beschutte plek hebben om te zitten en maken snel een kampvuur. Om half 10 duiken we ons bed in en we ritsen het zeildoek aan de zijkanten helemaal open, zodat we eventuele voorbijkomende beesten door het muggengaas kunnen zien. Maar hoewel we in de verte wel olifanten, hyena's en zelfs leeuwen horen voordat we in slaap vallen, slapen we als marmotten en krijgen we geen nachtelijk bezoek in ons kamp. Tenminste.... we merken er niets van, maar de volgende ochtend zien we sporen van een hyena en een caracal (katachtige) vlak langs ons kampeerplekje lopen. Toch jammer dat we daar niets van gemerkt en gezien hebben!

 

1 oktober 2011

Ontbijt in Savuti Camp, Chobe NPDe volgende ochtend rijden we een route langs wat waterholes op zoek naar beesten. maar de waterholes staan allemaal droog - ook de waterhole met een pomp - en we zien slechts vier giraffen, een verdwaalde olifant en wat bokjes. Dus gaan we op weg naar Linyanti Camp bij de Linyanti Rivier in het westelijk deel van het park. We slaan een kleine, weinig gebruikte track in, een 'shortcut' in de richting van Linyanti. Vlak voor deze track op de hoofdtrack naar Linyanti uitkomt, komen we uit bij de rivier de Savute, waarin nog vrij veel water staat en die hier zo'n 30 meter breed is. "Wat nu? Omkeren, terugrijden en de hoofdtrack nemen?", vraag ik. "Laten we kijken of we door de rivier kunnen rijden", stelt Harald voor. "Even overleggen met Patrick en Vanessa." Patrick en Vanessa voelen er wel wat voor de oversteek te wagen. "That must be possible, no problem. That's what these cars are for", zegt Vanessa vol vertrouwen. "Maar eerst wel even checken hoe diep en modderig het hier is", zegt Harald. Hij pakt een grote, dikke tak die op de grond ligt en breekt daar een stuk vanaf zodat hij hem als peilstok kan gebruiken. "Zitten hier geen krokodillen, nijlpaarden of leeuwen?", vraagt hij terwijl hij op zijn slippertjes naar het water loopt. We kijken allemaal goed rond, maar zien geen levend wezen. "Dan waag ik het erop", zegt Harald en loopt het water in. Langzaam loopt hij steeds dieper het water in. "De bodem is behoorlijk stevig, niet al te modderig", concludeert hij terwijl hij met de stok in de bodem poert. "En veel dieper dan dit wordt het niet denk ik", zegt hij als hij bijna halverwege de rivier is. Het water staat tot boven zijn knieen. "Than we can make it, don't you think so?", zegt Patrick. "Yep!", antwoordt Harald. "Let's do it!" Niet veel later rijden we in onze Toyota langzaam de rivier in. Rivieroversteek in Chobe River"Zie je wel het is niet diep", zegt Harald als we bijna in het midden van de rivier zijn aangekomen. Maar dan zakken de voorwielen opeens in een gat en duikt de auto dieper het water in. Het water komt nu tot vlak onder de motorkap. "Oeps, toch nog best diep", zeg ik, maar dan klimt de auto alweer uit het gat en hebben we het diepste punt gehad. Zonder problemen bereiken we de overkant en ook voor de Landrover van Patrick en Vanessa vormt de rivieroversteek geen probleem. "That was fun!" roept Patrick enthousiast.

Niet veel later komen we bij de hoofdtrack naar Linyanti. Deze track bestaat op een aantal plekken uit diep, rul zand. In de reisgidsen staat beschreven dat je hier grote kans hebt om in het zand vast te komen zitten, dus we hebben de schep al klaar gelegd. We hopen min of meer dat we onze lieren en rijplaten moeten gebruiken. Die hebben we immers niet voor niets mee. Maar hoewel de auto's wel hard moeten werken als ze door het zand ploegen, vormt ook dit geen serieus obstakel voor onze auto's. "Is dit nu alles? Doen ze hier nu zo moeilijk over?" vraagt Harald als we een flink aantal stukken rul zand hebben gehad. "Dit is dus echt geen probleem voor onze auto." "We can't get stuck, our cars are too good", klinkt het triomfantelijk door de walky-talky.

Even verderop blijkt het zand voor een andere auto wel een probleem. We stuiten op een verhuur Toyota Hilux, die vast zit in het zand. Ernaast staat een stel met een schep in de hand, dat hoopvol opkijkt als wij dichterbij komen. "Do you need help?", vraag ik. Het antwoord is bevestigend en Harald en Patrick springen de auto uit om te kijken wat er aan de hand is. Het blijkt dat ze er al een kleine twee uur tot de assen in het zand staan en de auto niet los krijgen. Terwijl de mannen druk en vol enthousiasme aan de slag gaan met hat aflaten van de banden (daar moet je flink veel lucht uit laten, zodat de banden meer grip krijgen), een sleeplint, harpen e.d. knoop ik een praatje aan met de vrouw van het stel. Ze blijkt Nederlands, haar vriend is een Franse Algerijn (of andersom), die werkt in Gabon en ze zijn nu een paar weken op vakantie hier. Een kwartiertje later is de auto los-getroLinyatti Campsite, Chobe NPkken uit het zand en rijden we gezamelijk op naar Linyanti. We rijden meteen door naar de campsite, die prachtig aan de rivier gelegen is, waar we eerst even willen lunchen. Daar aangekomen maken we weer een praatje met het stel, dat daar een kampeerplek blijkt te hebben geboekt. Als we opmerken dat we geen boeking voor de campsite hebben, zeggen zij dat we wel bij hun mogen aansluiten. De kampeerplekken zijn toch erg ruim, berekend op acht personen. Oke, da's dan fijn geregeld! Terwijl we daar staan te praten komt er een olifant aangestampt, die op zo'n 30 meter van onze auto's blijft staan om bladeren en takken van een boom te eten. We houden hem goed in de gaten en houden afstand. We willen hem niet boos maken...... Ook aan de andere kant van onze auto's, maar dan op ruim 50 meter afstand, komt een groepje olifanten uit de struiken en blijft staan om te eten. Tien minuten later loopt de olifant weer van het kampeerterrein af en even later volgt de andere groep olifanten. Dan loopt er een groep Kudu's door struiken achter onze auto's. "Dit is wel een toffe camping", concludeer ik.

Als tegen de avond de kampbeheerders langskomen, blijken die toch wat problemen te hebben met onze aanwezigheid. Maar na lang praten, wat bijbetalen (we hoeven nu niet de volle mep te betalen, want de kampeerplek is immers al betaald door het stel dat we uit het zand getrokken hebben), de belofte dat we niemand vertellen dat we zonder boeken en met bijbetaling hier hebben overnacht en na een paar stukjes cake en koekjes te hebben aangeboden mogen we toch blijven.

Ook nu weer stoken we een kampvuur en gebruiken dat ook voor een braai (BBQ) met Boerewors, steak, salade en zwitserse risotto (met echte vers geraspte parmasan kaas). 'Baie Lekker', zoals de Zuid-Afrikaners zeggen.

Om 3 uur 's nachts, als we al we al zo'n vijf uur op een oor liggen, word ik wakker van een snuivend geluid. "Har, hoorde jij dat ook?", fluister ik tegen Harald die nog slaapt. Ik por hem wakker, terwijl ik door het horgaas naar buiten kijk. In het licht van de maan zie ik een enorm, donker silhouet bij de boom vlak bij onze auto staan. "Har, een olifant! Er staat een olifant naast onze auto!' roep ik opgewonden. We horen het breken van takken en vervolgens horen we de olifant luid smakken. Harald is nu ook klaarwakker en samen staren we verbaasd door het gaas naar de olifant die op slechts 10 meter van onze auto staat. De olifant eet rustig door, trekt takken van de boom en veegt dode bladeren onder de boom bij elkaar en stopt die met zijn slurf in zijn bek. Luid smakkend zet hij af en toe een stapje vooruit of opzij, maar blijft vlak bij de auto staan. "Dit is toch wel erg gaaf, zo dichtbij!", fluister ik terwijl ik ga verzitten en daarbij de auto wat aan het schudden breng. De olifant draait zich om, met zijn kop naar onze auto en kijkt nu recht naar onze auto. Verschrikt schuif ik zo ver mogelijk naar achteren, naar Haralds kant. Want als de olifant zou aanvallen, zouden zijn slagtanden zo door het muskietengaas snijden en mij daar als eerste tegenkomen...... Terwijl de olifant stil staat en mij door het gaas aan lijkt te kijken hou ik mij doodstil en hou ik zelfs mijn adem in. Dan draait de olifant weer een kwartslag om en loopt hij snuivend de camping af. We horen hem verderop nog wat takken breken, maar kunnen hem niet meer zien. Ik schuif weer terug naar mijn eigen plek en ga liggen. Tien minuten later horen we niets meer, maar het duurt wat langer voor ik weer in slaap val.